Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zetten, wensch en begeer ik niets anders, dan dienzelfden Christus U te prediken, die steeds de inhoud onzer prediking was.

En als dan de herdersstaf mij ten laatste uit de hand wordt genomen, dan hoop ik dat uit de jonge mannen aan wier vorming ik heb mogen mede arbeiden, er één zal zijn, die waardiglijk mijne plaats zal innemen. Het groote offer, dat gij, mijne gemeente, in uw dienaar aan de kerk hebt geschonken, zal U dan een kostelijke rente brengen.

En nu eindigen we waarmede we begonnen zijn: ,,Eben-Haëzer". En de Heere, die ons tot hiertoe heeft geholpen, zij bij den voortgang en ten einde toe onze hulp en kracht. Mogen allen, hier thans met ons vergaderd, maar voor- en toebereid worden tegen den dag der toekomst van Christus.

Hartelijk dank ik naast God allen, die in de blijken hunner liefde, waardeering en belangstelling ons deden deelen.

Bijzonder aan U, geliefde ambtsbroeder, Ds. de Bruin, Curator onzer Theol. School, mijn dank voor alles wat gij steeds voor mij geweest zijt, van het oogenblik dat ge voor het eerst onder de schaduwe van mijn dak kwaamt. Mocht ik eenmaal het genoegen smaken in vereeniging met andere ambtsbroeders in ditzelfde bedehuis U door oplegging der handen in het heilig dienstwerk als den eerste mijner discipelen te bevestigen, gij hebt nu reeds onderscheiden jaren en in verschillende kwaliteiten de kerk met eere gediend. God de Heere stelle U tot in lengte van dagen, tot een uitgebreiden zegen voor Zijn overblijfsel.

Dank ook aan U, Geliefde Broeders Ouderlingen en Diakenen, die als de raad dezer gemeente mij steeds ter zijde hebt gestaan, om naar uw vermogen mij te steunen en te helpen.

Dank aan U, mijne geliefde Gemeente, voor alles wat ge voor mij al dien tijd van ons samenleven zijt

Sluiten