Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te behartigen de belangen van de Theol. School. Dit is voor God en Zijne Gemeente beloofd, toen het bekende beding is aanvaard.

Wat noodzakelijk was voor het voortbestaan der School werd dan vastgesteld, door het woord van broederlijke trouw, en door plechtige overeenkomst voor het aangezicht des Heeren op 17 Juni 1892.

En dat woord moet gehouden.

Op dat woord vertrouwende, meende men dan ook den zegen Gods behouden, en de beteekenis der School wel niet versterkt, maar dan toch gehandhaafd te hebben.

En met dankbaarheid kon men blijven terugzien op de beteekenis, die de School had verkregen in de periode van 1854 tot 1892.

III.

Toen alzoo de periode na 1892 begon, meende men het noodzakelijkste in de Theol. School, die nu eigendom werd van al onze Gereformeerde Kerken, bevestigd te hebben.

En men mocht zoo meenen.

Daar was alle grond voor in de broederlijke trouw en in de overeenkomst bij de Vereeniging der Kerken.

Dat men in die beide zou teleurgesteld worden, mocht niet verondersteld worden. Te meer niet omdat door vierjarige onderhandelingen de strekking van het beding volkomen goed bekend was.

Afgezien dus nog van de letterlijke formuleering, mocht er op gerekend worden, dat men handelen zou naar de bedoeling van deze bepaling, en dat er althans niet aan de letterlijke overeenkomst zou getornd worden.

Men wist: De Vereeniging wordt aangegaan in het vertrouwen, dat de Theol. School bevestigd zal worden.

Sluiten