Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sproken. Ja zelfs op de Synode te Arnhem is door Dr. Bavinck erkend, dat eenheid van opleiding niet het eerste is, wat wij noodig hebben, toen deze Professor uitsprak, dat God ons misschien wel eerst leeren wilde, om naast elkaar arbeidende, elkander lief te hebben en te waardeeren.

Ook de onderteekening van Artikel 2 van de statuten der Vereeniging voor H. O. bleef men eischen. Ook de Hoogleeraren der Kerk zouden daarmee gebonden worden aan de Gereformeerde beginselen, ongenoemd als die waren. Band aan de belijdenis was niet voldoende.

Alle professoren, die toen te Kampen arbeidden, spraken uit, dat zij dit in geen geval konden doen.

En toch werden alle pogingen om dien eisch weg te krijgen, afgewezen, wat alleen reeds eene afdoende reden moest zijn om niet met het Arnhemsche voorstel te kunnen meegaan.

Onder het volk evenwel was dat alles nog niet vergeten, en te verwonderen is het niet, dat er een spontaan en krachtig verzet zich deed gelden; ja, bij de bekende moedeloosheid die over velen was gekomen door de zwevende positie, waarin de School nu tien jaar lang had geleefd, mag het verwondering wekken, dat het verzet zóó krachtig is geweest, al werd de oorzaak er van bij menigeen meer gevoeld, dan helder doorzien.

En waar een voorstel-Bos, waarin wel de minimumeischen der Kerk werden gehandhaafd, geen genade kon vinden bij de Synode, is zij, uit vrees voor de gevolgen, er toe overgegaan, om te doen wat recht en billijk is, en de School te handhaven, zoodat zij, hoe ook geschud, bij het einde der Synode nog dezelfde beteekenis had, die zij

in 1892 had bezeten.

Eigenaardig was het, daarbij op te merken, dat de Hoogleeraren der V. U. de Synode adviseerden om maar

Sluiten