Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•van wegen, die wij noch geboden, noch geoorloofd kunnen achten.

En wij brengen ootmoedig onzen dank aan den Heere, die door alles heen de gebeurtenissen al zoo heeft geleid, dat deze gave aan Zijne Kerk behouden mocht worden, en dat onze School aanvankelijk weer mag opleven, en wij weer meer of minder bloei mogen verwachten, naarmate het den Heere believen zal haar te geven.

IV.

Na het voorgaande zal het niet moeielijk zijn voor ons zeiven de vraag te beantwoorden, welke roeping wij nu hebben en behartigen moeten voor deze Stichting, die ons om verschillende redenen lief blijft.

Wij hebben dan de roeping om te toonen den grondslag, waarop eene School staan moet om opleidingsschool te zijn voor de predikanten van de Gereformeerde Kerk, opdat zij nauw gebonden blijve aan de belijdenis dier Kerk.

Die band moet nauw zijn, want de School moet geven de rijke en alzijdige ontwikkeling van de waarheid Gods, zooals zij in die belijdenis is uitgedrukt, anders zouden met haar de Kerken van die belijdenis kunnen afglijden.

Wij hebben verder de roeping om te onderzoeken of de verzorging van die School bij de Kerk behoort te blijven, of dat zij aan eenige vrijwillig vereenigde broederen mag overgegeven worden, waarbij wij ons houden op de paden van de vaderen der scheiding, tenzij men ons van ongelijk overtuige.

Dat is nog niet geschied, want èn principieel èn uit een oogpunt der nuttigheid is er nog altijd

Sluiten