Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schende richting der Pentateuchcritiek op zeer gespannen voet staat, hoorden we reeds het woord „monnikenoverlevering." De monniken en kluizenaars, die in de vierde eeuw en mogelijk reeds iets vroeger zich hier vestigden, hebben dezen berg voor den Sinai van Moses gehouden. Maar hebben zij zich niet vergist? Zij stonden van Moses nog verder verwijderd dan van ons. — Om de waarheid te zeggen, een stellig en doorslaand bewijs, dat zij zich niet vergisten, zal moeilijk te geven zijn. Maar de Sinai draagt in het oude Testament nog een anderen naam, Horéb, en het is toch hoogst waarschijnlijk, dat de eerste Christenen niet in het duister getast hebben, m.a.w. dat althans één van beide namen destijds nog gebruikelijk was. Want de streek was toen zeker beter bevolkt dan thans: minstens in de oase van Pharan lag een stad of dorp. De eerste monniken die zich hier vestigden moeten toch hunne reden gehad hebben, om onder twintig andere juist dezen berg te kiezen, — te meer wijl de Djebel Moesa niet de hoogste top van de groep is: de Djebel Katarin, waar volgens de overlevering het lichaam der H. Catharina van Alexandrië gerust heeft, verheft zich 300 meter hooger. Mij zou het niet verwonderen, indien de „berg G-ods" van Moses' tijd af voor de omwoners een voorwerp van vereering gebleven was. Wij zien trouwens ook den profeet Elias (III Kon. 19) naar „den berg Gods, Horeb" gewandeld, en daar met eene goddelijke verschijning begunstigd. Maar een klemmend bewijs staat mij ook hier niet ten dienste.

Kortom, de overlevering van den Djebel Moesa bestond zeker in de vierde eeuw. Ze is in volkomen overeenstemming met de bijbelsche gegevens. Daar is verder geen andere berg in de nabijheid, die eenig recht kan doen gelden. Twijfel is hier niet onmogelijk, maar hij rust op geen enkelen stelligen grond. En dan is wel het eenig redelijke: aan de christelijke overlevering vast te houden. In ieder geval — en dit is de hoofdzaak — staat onwrikbaar vast, dat de heilige

Sluiten