Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jahwe, uw God, heeft u uit Egypte geleid", en „in verband daarmede heeft Hij u geboden den sabbatdag te vieren", — gelijk hij ook (v. 12 en 16) aan het derde en vierde gebod de woorden toevoegt: „gelijk Jahwe, uw God, u geboden heeft." In het eerste gebod integendeel (v. 6—10) spreekt God in den eersten persoon: „Ik ben Jahwe, uw God, die u uit Egypteland ... heb uitgeleid. Gij zult geen andere goden nevens Mij hebben."

Om Moses te kunnen beschuldigen van verandering, omzetting, weglating en inlasscbing, moet Delitzsch verder van de onderstelling uitgaan, dat hij de eerste maal (Ex. 20) de tien geboden, zooals ze op de steenen tafelen stonden, en niets anders, woordelijk had medegedeeld. En wie dat vooropstelt diende te erkennen, dat een latere niet geheel woordelijke herhaling niemand meer van den weg behoefde te brengen. Wij zullen overigens aanstonds zien, wat van die onderstelling te denken is.

Merkwaardiger nog tot kenschetsing van Delitzsch' redeneertrant zijn een paar regelen, die aan de zoo even aangehaalde voorafgaan:

Wij geleerden maken het ieder onzer tot een zwaar verwijt, als hij een opschrift van onverschillig welken mensch, van een herder bijv. die op een rots van het Sinaischiereiland zijn naam vereeuwigd heeft, zelfs maar in óén letterteeken onjuist of zelfs valsch teruggeeft, en Moses .... verandert niet alleen enkele woorden .... enz.

Wat wordt de groote wetgever Israëls hier klein tegenover de mannen, die met „ Wir, Gelehrten" worden aangeduid !

Neen, wat hier klein, erbarmelijk klein wordt, is de drogreden van Delitzsch.

't Is waar, dat wij het tegenwoordig somtijds een geleerde euvel duiden, wanneer hij slechts een enkele letter van een ouden naam verandert. Indien nl. die ééne letter voor de behandelde vraag van gewicht is, indien er bijv. over den vorm, de afleiding, de beteekenis van dien naam gehandeld wordt. Maar volstrekt niet in andere gevallen, waarin die letter niets ter zake doet. Niemand zal het Delitzsch kwalijk

Sluiten