Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben dit gebod in zeker opzicht nog stipter onderhouden, dan het bedoeld was. Zij onthielden zich uit eerbied geheel en al van het uitspreken van den heiligen naam Jahwe. Zelfs waar hij in den Bijbel geschreven stond, werd "bij de voorlezing in de Synagoge niet Jahwe maar Adonai, de Heer, uitgesproken. Het gevolg daarvan was, dat hij m de grieksche vertaling door 5 Kópo? en in de latijnsche door Dominus wordt teruggegeven. En een ander gevolg is, dat de juiste uitspraak van den naam Jahwe zelfs niet met volkomen zekerheid meer bekend is. De medeklinkers zijn zeker, de klinkers niet. In het oorspronkelijk hebreeuwsch werden nl. alleen de medeklinkers Jhwh geschreven, - de klinkers weggelaten. Eerst eenige eeuwen na Christus is men begonnen de klinkers onder of boven de medeklinkers te schrijven, en om aan te duiden, dat de naam Jahwe niet uitgesproken, maar in plaats daarvan Adonaj gelezen werd, plaatste men onder (en boven) de medeklinkers Jhwh de klinkers van het woord adonaj. Zóó verkreeg men ten slotte den vorm Jehowah34) of Jehova, die nog dikwijls gebruikt wordt, maar die zeker niet oorspronkelijk is. Tegenwoordig leest men gewoonlijk Jahwe, een vorm, die zoo niet zeker, dan toch minstens de waarschijnlijkste is. -

De plichten des menschen jegens God, zeide ik, zijn de voornaamste, en nemen daarom ook de eerste plaats m. Om dezelfde reden ook bepaalt zich hier de goddelijke Wetgever niet tot de herhaling van bepalingen der natuurwet, maar voegt er een z.g. positief gebod bij, dat de verplichtingen der natuurwet uitbreidt en nader bepaalt. Iets dergelijks vonden wij reeds in het beeldenverbod, inzoover het niet enkel de vereëring van afgodsbeelden, maar ook van beelden of voorstellingen van den waren God verbiedt. Doch wij durven dit niet tot den oorspronkelijken decaloog rekenen.

Wij bedoelen hier wat wij gewoon zijn te noemen het derde gebod : Wees gedachtig dat gij den sabbatdag heiliget, - of misschien nog letterlijker: Gedenk den sabbatdag, om dien te heiligen, d. i. als heilig te vieren.

Sluiten