Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ddarmeê houdt het ook op; niet in tegenstelling met liberalen, socialisten enz.; naar dien maatstaf zijn deze laatsten evengoed Christenen als de Roomschen; in dien zin zijn allen Christenen, die geen Jopd of Heiden zijn. Maar zij, die de Roomschen christenen hoemen, onze lieve Roomsche mede-christenen doen dit o p andere gronden; zij zeggen: de Roomschen hebben eeneti christelijken Doop, eene christelijke geloofsbelijdenis, zij erkennen het gezag der H. Schrift, van het Evangelie, zij zijn belijders van den Christus.

De Roomschen dus Christenen — ten eerste op grond van hunnen Doop in den naam des Vaders, des Zoons en des H. Geestes. — Die doop, nog altijd door de Ruomsche Kerk .onderhouden, wordt algemeen, door de Protestantsche Kerken erkend, zoodat zij een Roomsche, die tot haar overkomt, niet herdoopen. Maar i5 als men op grond van hunnen doop de Roomschen christenen noemt, dan moet men evenzeer de liberalen, socialisten enz. (die toch veelal óók gedoopt zijn) Christenen noemen, terwijl Kuyper c. s. hen juist als paganisten tegen de Roomschen overstellen; doch 2° bewijst die doop niets voor het christelijk karakter der Roomsche Kerk.

Calvijn (op wien Kuyper zich steeds zoo gaarne beroept, naar wien hij zich bij voorkeur noemt) heeft den doop, door een Roomsch priester bediend, erkend; maar — en dat terecht,— niet omdat hij de Roomsche Kerk voor christelijk hield, maar omdat hij den doop op zich zelf beschouwde, omdat volgens hem de waarde van den doop niet afhankelijk moest gemaakt worden van den persoon, die hem bediende. Tegenover de Wederdoopers, die „ontkennen, dat wij wettelijk zijn gedoopt, omdat wij in het pauselijk rijk van de afgodendienaars en goddeloozen gedoopt zijn! en daarom op den wederdoop aandringen, zegt hij: moeten wij bedenken, dat wij gedoopt zijn niet in den naam van eenig mensch, maar in den naam des Vaders, des Zoons en des H. Geestes, en dat het derhalve niet eens menschen maar Gods doop is, van wien hij ook

Sluiten