Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kelijk afwerpt; óf heeft men óók tegen vr. en antw: 30 H. Cat., evenals tegen art. 36 Ned. Gel. Bel., soms »gravamina« sedert men met Rome meegaat?!

30 men zegt: De Roomschen zijn christenen, want zij erkennen het schriftgezag, zij zijn belijders van het Evangelie.

Hoever die belijdenis van het Evangelie (het Evangelie van Jezus Christus dan toch! of kennen Kuyper c.s. nog een ander Evangelie?) gaat, hebben wij dus reeds gezien — maar erkennen van het schriftgezag. Kuyper c.s. zeggen: wat het fundamenteel uitgangspunt aangaat, is er overeenstemming: een niet uitgaan van 's menschen weten en willen, de rede, maar van de openbaring Gods, dus: van de H. Schrift (want die is toch zeker ook volgens hen de openbaring Gods.) Maar hoe staat het met het gezag der Schrift bij de Roomschen? Wat is de grond daarvan ? Immers het gezag der Kerk; daarvan maakt zij de waarheid der H. Schrift afhankelijk, dus van menschen; zij gaat dus evenzeer uit van de menschelijke rede, niet van de open • openbaring Gods. Verwerpt alzoo metterdaad het gezag der H. Schrift, terwijl zij trouwens aan de overlevering hetzelfde gezag toekent. Hoe de Roomschen overigens over het schriftgezag denken, zien wij genoegzaam daaruit, dat wij het mede aan hen te danken hebben, dat de Bijbel van de Staatsschool geworpen is.

Als wij dan terugkeeren tot het beweren, dat de Roomschen dezelfde beginselen, hetzelfde christelijk fundament hebben als wij, dan zeg ik: zij mogrn al wat uiterlijke christelijke gewoonten en gebruiken hebben, zich met een christelijk klee<l sieren — van het christelijk fundament der Roomsche Kerk (zooals die Kerk waarlijk naar haar wezen i s) bemerk ik niets.

Wat toch is het christelijk fundament? Het fundament der apostelen en profeten, de leer der H. Schrift, de leer des geloofs in Jesus Christus. En daarop bouwen zij niet, maar die verloochenen zij met woord en daad.

Sluiten