Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft men eerst eene poging gedaan tot afschaffing der Staatsloterij. Maar hoe zou dit geschieden? Wel, geleidelijk in een 30-^tnl jaren. Maar waarom niet ineens? Ja, i° schadepost voorden Staat, 2° de collecteurs broodeloos. Waarom dan geen schadeloos stelling? Het geld moet óók wel gevonden worden voor de vrije school; dus kan dal óók wel voor de collecteurs. Maar ook hier is het niet alléén de vraag: Wat is gerechtigheid; wat wil God? maar: wat is het nuttigst, veiligst en voordeeligst óók voor de schatkist.

Is loterij onzedelijk, onchristelijk (gelijk Kuyper c. s. zelf beweren) welnu — weg er meê, 't koste wat het koste geen cent langer in de schatkist van zulk onrechtmatig verkregen goed. Kan daar zegen op rusten? En nu, voor dit treurige wetje schijnt men nog niet eens kans gezien te hebben, om het er door te krijgen, tenminste het schijnt in den doofpot geraakt te zijn. Doch 't was immers ook slechts eene »poging"l

Wat nu de overige „wettelijke bepalingen betreffende loterijen" aangaat, eigenaardig, dat ze zelfs den liberalen en socialisten (ongeloovigen, paganisten) niet scherp genoeg waren, door wier toedoen ze dan ook wat verscherpt zijn. Het is ook opmerkelijk (teekenend tevens hoe de Roomschen over loterijen denken) dat de Roomsche Minister Loelï bij de behandeling uitdrukkelijk deed uitkomen, dat de grond van het ontwerp is: bescherming van hel individu tegen exploitatie van zij :e speelzucht en daarmee ook (lees slechts) als gevolg-, beteugeling van den speelhartstocht. Nu op dien grond was o.a. prof. Drucker er ook voor. Dus — let wel! grond van het ontwerp is niet: eenig specifiek christelijk beginsel, maar slechts bescherming van het individu, dus een soort veiligheidsmaatregel.

Daar hebben wij voorts de vaccinewet. Kuyper heeft altijd tegen den vaccinedwang gestreden als in strijd met Gods woord, als conscientie-dwang. Wat geschiedt nu met dit wetsontwerp? In handen van eene commissie, die, zooals nu blijkt, reeds een jaar geleden rapport heeft uitgebracht; verder hooren wij erniets meer van; voorloopig óók al in den doofpot.

Sluiten