Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

artikelen de Vereeniging voor H. O. heer en meester blijft over hare V. U., de benoemingen, enz. enz. Worden de art. 1 en 3 gewijzigd, zooals dit door Deputaten der Kerken wordt voorgesteld, dan krijgen de Kerken althans iets te zeggen, en ik zeg je nogmaals: dat staat de Vereeniging nooit toe! Wij komen aan 't eind hierop nog wel terug. Nu krijgen we:

Art. 6.

Deputaten nemen op zich, al wat aangaande de studenten en hun gedrag hun wenschelijk of noodzakelijk mocht blijken, ter kennis te brengen van de Theol. Faculteit.

Harmsen. Wonen de drie Deputaten allen te Amsterdam?

Pieters. Niet één woont te Amsterdam. Ik meen éen der Deputaten woont te Gorinchem, één te Utrecht en één te Middelburg.

Harmsen. Hoe kunnen zij het „gedrag" der studenten te Amsterdam dan beoordeelen? Wat artikel! 't Is eenvoudig onzin! Daarover heb je zeker wel iets te zeggen?

Pieters. Ik lees maar weer. In Bijlage C (art. 22) blz. 128 van de Acta der Gen. Synode van 1896 zeggen Deputaten:

„Het gedrag der studenten, hoewel meer dan eens een punt van bespreking in hunne samenkomsten, gaf hun toch geen aanleiding om bepaalde opmerkingen bij de Faculteit daaromtrent te maken.

„Ook hebben zij (Deputaten) nadat hun was gebleken, dat het de Faculteit beter 'dacht, dat dit door hen (Deputaten) dan door haar (Directeuren) geschiede, aan den Kerkeraad der Ger. Kerk te Amsterdam (B) een schrijven doen toekomen, waarin zij er ten zeerste op aandrongen, dat hij zich meer dan tot hiertoe mocht laten gelegen liggen aan de studenten der V. U. in het gemeen en in het bijzonder aan hen, die Theologie studeeren."

En Rapport van Deputaten 1899 (Bijlage B1 art. 20):

„Reeds eenmaal hadden uwe Deputaten er bij den Kerkeraad der Ger. Kerk te Amsterdam op aangedrongen, dat hij eenige geestelijke zorge zou wijden aan de studenten dezer Universiteit, in 't bijzonder aan hen, die Theologie studeeren.

„Aangezien dat verzoek toen, wellicht mede ten gevolge van het gedeelde kerkelijk leven, zonder gevolg was gebleven, hebben zij gemeend, andermaal deze zaak onder de aandacht van dezen Kerkeraad te moeten brengen in een schrijven d.d. 21 October 1897.

„Of ditmaal het gewenschte resultaat is verkregen, kunnen zij niet constateeren."

Harmsen. Maar waarom dan toch art. 6 in de „Overeenkomst opgenomen ? 't Is eenvoudig onmogelijk voor Deputaten hieraan te voldoen.

Sluiten