Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beide heldenfiguren allerlei trekken van overeenkomst zijn aan te wijzen, hoedanigheden, wier gemeenschappelijk bezit, ook bij verschillend gebruik, zoowel den een als den ander tot zoo'n machtig glorie-mensch heeft gemaakt. Nu meen ik, dat het bij de beoefening der godgeleerde wetenschap bovenal hierop aankomt, dat de mensch die zich aan haar wijdt is een mensch Gods, een gewijde persoonlijkheid, iemand, die zich innerlijk verwant voelt aan, ik zei bijna gegrepen voelt door het object waarmede hij zich bezig houdt. Regenbogen schijnt zich een volmaakten theoloog te kunnen denken, zonder hierop veel nadruk te leggen. Zijn geheele verhandeling, daareven bedoeld, is trouwens niet veel meer dan de dorre parafraze van een stukje „Series". Bij Witsius is dat beter. Na te hebben aangewezen, dat de ware theoloog „humilis Scripturarum discipulus" is, gaat hij aldus voort: „Sed uti sola Scriptura norma est omnium credendorum, ita ut Scripturam spiritualiter ac salutariter, ik herhaal: spiritualiter ac salutariter intelligat, Spiritui Sancto intus Se erudiendum tradere Theologus noster debet; atque ita qui Scripturarum est discipulus, eum Spiritus quoque discipulum esse oportet. Qui limis naturae oculis coelestia contemplatur, nativum illorum splendorem pulcritudinem non videt, sed falsam quandam eorum imaginem intuetur: aliam enim in se ipsis habent, alia vero eorum animis quibus tam obscure observantur imprimitur. Ut spiritualia assequamur spirituali meute imbui necesse est. Abdita Scripturarum ingenii mere humani, acutissimam licet, aciem fugiunt; neque intellectus naturalis ea melius percipit, quam sonorum rationem nar es, vel odorum aures. Magnus igitur hic animarum Doctor Spiritus, ut tantae imfirmitati subveniret, almnnis et discipulis suis novam coelestemque mentem tribuit, quam purissimo collustrat lumine, ut supercoelestia mysteria in nativa luce sua intueri valeant. Una cum rebus

Sluiten