Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

höchstens gelehrte Windbeuteleien". ') Ik wensch dat krasse ,,^\ indbeuteleien nu niet voor mijn rekening te nemen. Maar dit staat toch wel vast, dat onze geest slechts datgene a\ezenlijk kent wat hij zich persoonlijk eigen heeft gemaakt,, dat een wetenschappelijk onderzoeker „Anempfindung" aan het voorwerp van zijn onderzoek niet kan ontberen, en dat wij de waarheid slechts dan beginnen te verstaan, wanneer wij begonnen zijn haar in ons op te nemen, ons met haar te assimileeren. Strausz bekende reeds dat een „Voraussetzunglosigkeit", zooals hij ze aanvankelijk had gewild, alleen bestaat op het gebied van het indifferente. Is het niet aanbevelenswaardiger te zeggen, dat zij enkel voor den indifferente bestaat? En is het wezen der waarheid niet te edel dan dat hij het zou kunnen onderkennen, die haar majesteit durft honen door zich indifferent, slechts met een schijn van belangstelling, tegenover haar te plaatsen? Zou de wijsbegeerte van Kant geworden zijn wat zij nu is, wanneer hij precies hetzelfde denkapparaat bezeten had, dat hij in werkelijkheid bezeten heeft, maar hem, in plaats van zijn eigen hart, dat van een Leibnitz of van een Hegel in den boezem had geklopt ? Volgens Pichte behelst ons denksysteem doorgaans slechts de geschiedenis van ons eigen hart. Nog in den aanvang van dit jaar heeft een hoogleeraar in de philosophie aan de Tübingsche Universiteit2) een „Antrittsrede" gehouden over „Charakter und Weltanschauung", waarin hij de principiëele beslissingen omtrent de groote metaphysische en religieuze problemen uit het bestaan van verschillende menschentypen tracht te verklaren, en niet aarzelt de meening uit te spreken, dat niet in de dingen zelf en niet in het wetenschappelijk onderzoek van die dingen en niet in

Frans von Baaders Leben und theosophische Ideen. Johannes Claassen. Erster Band, s. 24.

2) Erich Adicke.

Sluiten