Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is misschien met den aard van het weten niets meèr in overeenstemming dan deze loochening. Het wetenschappelijk karakter der theologie bestaat niet hierin, dat zij zich tracht te legitimeeren tegenover een wereldbeschouwing, die zich om de godsdienstige d. w. z. de hoogste belangen der menschheid niet bekreunt, maar hierin, dat zij zich richt naar de wetten, die in de natuur en de eigenaardigheid van haar object zijn gegrond. En nu vraag ik, hoe zal iemand die wetten kunnen verstaan en opvolgen, zonder de natuur en de eigenaardigheid van dat object te hebben leeren kennen door het geloof? Zoover zijn we nu toch wel, dat niemand meer zal opkomen voor de indertijd door tegenstanders van het Piëtisme strak volgehouden bewering, dat het antwoord op de vraag, of een theoloog al of niet bekeerd, al of niet waarachtig vroom is, wel belang heeft voor zijn zaligheid, maar voor zijn studie en ambtswerk niets beteekent, mits hij maar instemt met de rechte leer. „Du gleichst dem Geist, den du begreifst!" zoo hooren wij den bekenden aardgeest verzekeren. Het omgekeerde geldt hier met volle kracht: „Du begreifst den Geist, dem du gleichst!" Daarom komt het voor de beoefening der godgeleerdheid bovenal aan op persoonlijk geloofsleven. Hoe levender dat persoonlijk geloofsleven is, en hoe gelooviger dat persoonlijk geloofsleven is, en hoe persoonlijker dat persoonlijk geloofsleven is, des te beter, ook omdat de bezitter er van dan des te strenger de hier aangewezen grenslijn zal willen en kunnen vasthouden.

Ik beken mij zoo sprekende aan pleonasme schuldig te maken. Aan een dubbel pleonasme nog wel. Er is geen dood geloof. Er is geen onpersoonlijk geloof. Wat meer zegt, door het geloof worden wij eerst waarachtig onszelf. Door het geloof komen wij uit den dood tot het leven, een leven, dat vroolijk met alle definitie spot, maar zich aan ons eigen bewustzijn als het eigenlijke, het eeuwige leven open-

Sluiten