Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den heiligen predikdienst", ') werd vastgesteld, ter toezending aan iedere Provinciale Synode. Dit plan bevatte, benevens allerlei bepalingen, wenschen en wenken, ook reeds eene nominatie van „Opleiders, Hoofdonderwijzers, of Hoogleeraars" : drie titels voor één!

Deze arbeid was niet een vergeefsche. „De meeste afgevaardigden" der volgende Synode in 1849 te Amsterdam, 11—18 Juli 2) „hadden in last, aan de Synode voor te stellen, dat er middelen beraamd zouden worden, om de behoor-

') Dit Plan, ontworpen door Ds. T. F. de Haan, is als bijlage achter de Acta gevoegd, bi. 35—37.

2) Deze Synode bestond uit afgevaardigden van alle Provinciën, behalve Utrecht, omdat de Gemeenten in die provincie weinig in getal waren en daarom onder Noord-Holland behoorden. Drenthe was vertegenwoordigd door 2 afgevaardigden; Overijssel en Zuid-Holland door 3 ; Zeeland door 1; de overige door 4. Ook werd als lid der Synode erkend de hoofdonderwijzer, Ds. T. F. de Haan, uit Groningen en Friesland.

Sedert de vorige Synode waren de Gemeenten in Gelderland- Overijsel in twee groepen uiteengegaan. Beide groepen hadden afgevaardigden gezonden. Tegen de toelating van de afgevaardigden namens de groep die Ds. Brummelkamp volgde, had de Synode bezwaar, omdat zij zich verklaarden, „tegen eene verbindende kerkregeering" en „in kerkelijke scheuring verkeeren". Vergelijk bl. 3 en 4, 19—21 en 28—30 van „de Handelingen en Besluiten" der Synode van 1846. Het slot der deliberatie was de uitnoodiging „dat zij de vergadering zouden bijwonen" zonder recht van stem. Deze werd door hen niet aangenomen, en daarop zijn zij vertrokken. Van eenig verschil over de opleiding was geen sprake. Zie bl. 7—13 van het „Verslag" van de Synode.

Terwijl deze Synode werd gehouden, „begon de cholera in deze stad al heviger te woeden." Nadat een der hospiteerende broeders, Ds. Evers, aan die ziekte was overleden, vraagden sommigen, „of het niet raadzaam was, de vergadering op te schorten."

Na hoog ernstige samenspreking verklaarde de Praeses als het gevoelen der meerderheid : „dat de Vergadering in den weg des Heeren was en overeenkomstig hare roeping zich verplicht achtte om de voorkomende zaken te behandelen. Alle de leden berustten in dit oordeel. Zie bl. 4—7 „Onder welken indruk de Vergadering gehouden werd".

Sluiten