Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuw een geduchte breuke te heelen, die door en na de Synode van '37 ontstaan, en door al de vroeger gevoerde onderhandelingen niet weggenomen was. De Synode van 1869 had het voorrecht, de vereeniging tot stand te brengen tusschen de Gereformeerde Kerk, vroeger Gereformeerde Gemeenten onder het kruis, ') en de Christelijke Afgescheidene Gereformeerde Kerk, die nu voortaan onder den naam Christelijke Gereformeerde Kerk zouden samenleven. Voor die vereeniging was de Theologische School niet in het allerminst een beletsel of bezwaar. Ook die Geref. Gemeenten, mede uit de reformatie van '34 gesproten, hadden nooit andere dan eigen opleiding der Kerken gezocht; ook haar liefde en vertrouwen mocht de Theol. School, nu ook hare School, al spoedig verwerven. 2)

In '66 ontvingen de DocenteD, zooals de Leeraren allengs werden genoemd, hulp door de benoeming van den heer C. Mulder voor de vakken van het lager en meer uitgebreid lager onderwijs. 3) Die hulp was inderdaad meer dan noodig, en, hoe goed ook, geenszins voldoende; want de Docenten stonden sedert 1860, toen de Synode aan Ds. de Haan

*) Zie over de pogingen tot vereeniging van de „Vereenigde Gereformeerde Gemeenten onder het kruis", bl. 13—17 van het „Verslag" der Synode van 1849; bl. 19—28 Syn. '51: bl. 29—33 Syn. '54; Art. 53 Syn. '57; in bl. 14—53 Syn. '60. Op de Synode van '69 kwam, tot blijde verrassing van weerszijden, de vereeniging tot stand; bl. 10—29.

2) Ds. N. J. Engelberts, em. pred., een der voormannen van bovengenoemde Gemeenten, staat nog heden ten dage kloek en weltoegerust aan de zijde van hen die strijden voor de Theol. School. Zie o.a. in 4n en 5n Jg. van het maandschrift: Wat zegt de Schrift?" (bij Gez. Meerburg, Reusden) zijne artt. „De opleiding tot den dienst des Woords, de roeping der Gemeente."

') Hand. Syn. '66, Art. 128. Vg. Art. 74 der Synode van 1875. Op zijn verzoek is aan den heer Mulder 1 Mei 1902 eervol ontslag verleend. Zie Bijlage F Synode 1902.

Sluiten