Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zij handhaafde het beginsel, dat de Kerk geroepen is eene eigene inrichting te hebben voor de opleiding van dienaren des Woords, ten minste wat de Cfodgeleerde vorming betreft — toen ging het werk der vereeniging voorspoediglijk voort. In 1893 kwam de School met eere en versterkte positie uit den onverwachten aanval en strijd. ')

4° niet, om tegen te spreken dat de vereenigde Kerken over de regeling dezer zaak later, indien noodig, hebben te oordeelen."

In het Cowcepi-besluit stond punt 4 eerst aldus: over

deze zaak door Deputaten der C. G. Kerk is daartegen

dit bezwaar geopperd, dat zóó geheel deze „zaak" eener „eigen inrichting" op losse schroeven gesteld zou worden. Met gemeen goedvinden is toen bovenstaande wijziging aangebracht, dat, de zaak zelve vaststaande, de vereenigde Kerken over „de regeling" zonden hebben te oordeelen, n.1. wat betreft eventueel noodig geachte bepalingen inzake de organisatie der School, plaats van vestiging en dergelijke „regelingen."

Zie ook in Acta voorl. Syn. N. G. Kerken, 1892, bl. 103, de „Resumtie van hetgeen door beide Synoden te Leeuwarden en te 's Gravenhage reeds

overeengekomen is."

„En zij hebben eindelijk beide het beginsel aanvaard, dat de Kerken eene inrichting moesten hebben voor de opleiding harer leeraren, tenminste wat de godgeleerde vorming betreft, maar daarnaast uitdrukkelijk het beginsel van vrije studie gehandhaafd."

') De „Concept-regeling" — zie Acta G. S. 1893, Art. .33 — door de Deputaten ad hoe ontworpen, werd door de Curatoren-vergadering met 9 stemmen tegen 1 veroordeeld. Volgens de Acta G. S. Art. 30, blz. 33 beneden en 34 boven, besloten de Curatoren, dat:

„de Concept-regeling niet in behandeling kan komen wegens niet-beantwoording aan de bedingen, door de Synode gesteld." Zie de motiveering van dat besluit in de Bijlage, blz. 37. In het met alle stemmen aangenomen voorstel van 16 Commissie-leden, Art. 130, blz. 145 en 146, werd het beding van eene „eigene inrichting" 1° bevestigd en aldus omschreven, dat de Synode: onder „eigen inrichting" verstaat: eene Kweekschool van Dienaren des Woords", geheel en alleen van de Kerken uitgaande en door haar

Sluiten