Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ondergaan; de Curatoren zijn van examinatoren bijwoners der examina met adviseerende stem geworden; de Docenten met den titel Professoren of Hoogleeraren versierd en ontheven van de litterarische vakken behalve in de propaedeuse ; en de examina zijn in vorm en tijd c.a. vrijwel gelijk gemaakt aan die der Universiteiten. Wat daarover en in verband daarmede is te doen geweest, mag ik thans wel voorbijgaan. ') Wat in '99 inzake eenheid van opleiding

') Het Rapport c. a. over de Opleiding van de Deputaten, benoemd door de vorige Synode, werd afgewezen, na een o. i. gansoh onbillijke critiek, die het Rapport niet toetste aan het mandaat : gelijkmaking van studiën enz. aan de Theol. School en aan de Theol. Faculteit der Vrije Universiteit, maar van uit het universitair standpuut en begrip van theol. studie der Commissie van advies. Waarom dat „Rapport over de Opleiding" niet is opgenomen in de Acta der G. S. ? Aan de „Concept-regeling" was wel een plaats verleend in de Acta van 1893.

Hoe groot ook de verandering is, die toen de Theol. School onderging, herhaaldelijk is uitgesproken, dat de fteyinseZ-quaestie buiten 't geding was en bleef. In zoover is dit zeker waar, dat toen de School niet is geworden een geheel zelfstandig Instituut, maar een Opleidingsschool gebleven, die geheel in de macht is van de Kerken.

De Kerken laten haar arbeiden naar haren aard, doch niet eerst sedert '96, maar van den beginne af. Of echter en in hoever het karakter en de beteekenis der School door die forsche en aan 't model van een Universiteits-faculteit ontleende, zonder om te zien doorgedreven, verandering in '96 niet terdege geschaad en gekrenkt is, mag nog wel eens overwogen worden. Ongetwijfeld is dit zeer opmerkelijk, dat reeds op de Synode van '99 een voorstel kwam, nog wel van de Curatoren, om te beproeven het Gymnasium, waartoe in '96 besloten was, met verdubbeling ongeveer van de uitgaven, die de Theol. School behoeft, weer kwijt te raken

Op de Synode heb ik, tot ontlasting mijner consciëntie, tegen die averechtsche „reformatie" der School getuigd, o.a. als een wegbereiding voor hare oplossing in de Vrije Universiteit. Zie Bijlage O 2. In alle bescheidenheid meen ik aan de overweging der broederen te mogen aanbevelen de vraag, of de volgende jaren niet in méér dan één

Sluiten