Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Gymnasium, aan de Theologische School verbonden, met negen Leeraren, thans ook in 't bezit van het promotierecht, telt 40 leerlingen. Namen we nu in aanmerking, dat van dezen, gelijk tot heden, ongeveer 2/3 voor de Theologische School zijn bestemd, dan heeft de School, gerekend naar de wijze van opleiding van '54—'96, thans het nogal hoopvol cijfer van bijna 50 kweekelingen voor den dienst der Kerken, met 4 hoogleeraren, die door 3 lectoren worden bijgestaan in de propaedeutische vakken.

't Behoort niet tot mijne taak, thans een oordeelkundig onderzoek in te stellen naar de licht- en de schaduwzijde van het onderwijs en al wat tot de opleiding behoort van de eerste en van de tweede 25 jaren, en daaruit leering voor de toekomst te putten. Evenmin om al de miskenning te noemen, te kenschetsen, en tegen te spreken, waarmede deze School van onderscheidene zijden is en nog wordt bejegend. Ieder zie voor zich zeiven toe, dat hij niet krenke des Heeren werk, die haar tot rijken zegen voor Zijn Naam en volk heeft gebruikt; en niemand oordeele over haar en haar arbeid zonder haar te kennen, zonder zuivere weegsteenen en den rechten maatstaf, vrij van vooroordeel, partijzucht, en zelfverhoovaardiging. De Gereformeerde Kerken en hare School hebben op dezen dag alle reden om te betuigen: de Heere heeft niet gedaan naar onze zonden, maar ons boven bidden en denken gezegend. „Want gij ziet uwe roeping, broeders, dat gij niet vele wijzen zijt naar het vleesch, niet vele machtigen, niet vele edelen. Maar het dwaze der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de wijzen beschamen zou; en het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke zou beschamen. En het onedele der wereld en het verachte heeft God uitverkoren, en hetgeen niet is, opdat Hij hetgeen is, te niet zou maken. Opdat geen vleesch zou roemen voor Hem." 1 Cor. 1 : 26—29.

Sluiten