Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in staat, met oordeel des onderscheids zelfbewust een eigene opleiding te regelen. G-od wil, dat het predikambt en de scholen onderhouden worden, Catech. Zond. 38 ; God dringt er ons toe; God zal het ons doen gelukken; die overtuiging gaf hun geen rust vóór de algemeene Theologische School was geopend.

In die zelfde dagen richtten uitnemende mannen als Groen van Prinsterer, Da Costa, Wormser, en anderen een Christelijk Gereformeerd Seminarie op, dat ten doel had ook voor de Kerken der Scheiding leeraars te vormen, en dat door voormannen van de Scheiding en door voorstanders van de herstelling der Kerk in het Genootschap zou worden verzorgd en bestuurd. Maar daarvan wilden de Kerkvergaderingen niets weten '); hoe hoog zij die mannen ook achtten, zij volgden

') In zijn „Verklaring" aan de Synode van '54 zegt Ds. Brummelkamp van zijn medewerking tot de „oprichting van het seminarie te Amsterdam", tot wegneming van sommiger bezwaar, dat hij daarmede de Scheiding zou hebben verloochend :

„ En vraagt men, of ik op die vergadering te Amsterdam al

het mogelijke heb gedaan tot hare geruststelling, zoo wil ik gaarne zeggen dat ik dit ontkennend moet beantwoorden. „Ik was daar niet op uit, en ook bij mij was wantrouwen." Ook wil ik niet ontkennen dat vrees bij mij bestond, dat ik of een woord te veel zou zeggen, of dat men het, ingeval wij hereenigden, daarna zou kunnen gebruiken om mij, met betrekking tot het op te richten Seminarie, te bemoeielijken. Ik wist toch dat men dat wantrouwde, dat men meende dat wij niet zonder verloochening van beginselen met niet-afgescheidenen te zamen konden werken. En wat meende ik ? Bij de wetenschap dat de niet-gescheidenen ons standpunt kenden, en ook volstrekt niet gevorderd hadden dat wij iets daarvan zouden opgeven, was ik veilig in de gedachte: „Zoo de Heere ons maar getrouw maakt en bewaart voor afwijking, zal het „ordelooze" zich zelve verliezen in het „ordelijke", het „onkerkelijke" in het kerkelijke". Onze Gereformeerde beginselen zijn daartoe positief en beslist genoeg. Niet door ons, maar door een der niet-gescheidene broeders was meermalen zelf gezegd: wat doen wij? Eigenlijk richten wij niets nieuws op; hetgeen thans te Arnhem is, komt over naar Amsterdam en krijgt uitbreiding." En

Sluiten