Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bijlage A. (Zie blaclz. 9).

„Dewijl de Synode bij de behandeling der Kerkeordening den opbouw en den vrede der Kerk, overeenkomstig G-ods Woord, bedoeld heeft, zoo heeft zij noodig geoordeeld, de navolgende verklaringen hierbij te voegen, naardien het laatste protest van Ds. de Cock, — bl. 67 v.v. — welligt aanleiding zoude kunnen geven tot misvattingen, en de gemeente betrekkelijk de besluiten en bedoelingen der Synode in onzekerheid zoude kunnen gebracht worden.

3°. De Synode heeft, na rijp beraad, met Grods Woord en de daarop gegronde Formulieren van eenigheid, gezegd: de diensten zijn driederlei, Art. 14 der Kerkeordening. Zij heeft dit niet gedaan om daardoor de hulp van Doctoren en Professoren te verwerpen; Art. 34 der Kerkeordening bewijst het tegendeel. De Synode is echter in gemoede overtuigd geworden, dat zulk een Professorsambt geen afzonderlijke dienst is. En hoewel sommige vroegere Synoden hetzelve onder de kerkelijke diensten hebben gerangschikt, evenwel hebben niet alle dit gedaan. In G-ods Woord vinden wij in het geheel geen spoor van zoodanige kerkelijke dienst, afgezonderd van het Herders- en Leeraarsambt. Integendeel, wij vinden de zorg voor aankomende Dienaren aan Herders en Leeraars opgedragen, 2 Tim. II : 2; Tit. 1 : 5. Er wordt wel gewag gemaakt, 1 Cor. XII : 28—31, van de gave der talen, doch niet als van eene afzonderlijke personeele dienst. Die gave staat in gelijken rang met de gave der gezondmaking. En evenmin als de Synode de Medicinae Doctores, die op de gewone wijze de gaven der gezondmaking ontvangen, onder de kerkelijke diensten heeft durven rangschikken, evenmin mogt zij dit doen met Doctoren of Professoren van eene andere wetenschap. Onze Formulieren van eenigheid kennen ook zulk eene kerkelijke dienst niet. De geloofsbelijdenis spreekt alleen van Dienaren des Woords, Ouderlingen en Diakenen. Voor deze alleen vinden wij Formulieren ter bevestiging in onze Liturgische Schriften.

Sluiten