Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Psalm 36 vs. 3.

Bij U, Heer, is de levensbron;

Uw licht doet, klaarder dan de zon,

Ons 't heuglijk licht aanschouwen.

Wees die U kennen mild en goed,

En toon d' oprechten van gemoed

Uw recht, waar z' op vertrouwen.

Dat mij nooit trotsche voet vertrapp',

Noch booze hand in ballingschap

Ellendig om doe zwerven.

Daar zijn de werkers van het kwaad Gevallen in een' jammerstaat,

Waarin zij hulploos sterven.

Geliefden in den Heere Jezus Christus!

Hoe verblijdt zich de arme kranke, die in de duisternis des nachts met allerlei pijnen en nooden heeft geworsteld, wanneer het licht weder liefelijk door de vensters schijnt! En de wachter op zijn eenzamen post, die in de duisternis ten prooi is aan allerlei verraderlijke aanvallen, hoe verheugt hij zich als het licht des morgens daagt! Hoe glinsteren de oogjes der kinderkens reeds van vreugde, als in het donker vertrek het licht wordt ontstoken!

Al wat leeft, plant en dier, verlangt naar het licht, strekt zich uit naar het licht; slechts wormen, die de wortels der planten doorknagen, mollen, die in de aarde wroeten. en roofdieren zoeken de duisternis. Sluipmoordenaars, ontuchtigen en dieven beminnen den

Sluiten