Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en God te dienen naar Zijn Woord. — Denkt dun maar eens aan die schare v.ln bloedgetuigen, die liever hun leven lieten onder de wilde beesten, in martelvuur, op moordschavot, dan de knie te buigen voor heidensche afgoden, voor Rome's Maria of Rome's »broodgod« ').

Hoe weinig begeerlijk zulk een belijden van Jezus voor het zelfzuchtige vleesch ook moge schijnen, die Hem alzoo belijden zijn er in waarheid gelukkig aan toe. Ja hunne gelukzaligheid is niet af te meten, want zij hebben de heerlijke belofte des Heeren: »Een iegelijk dan die Mij belijden zal voor de menschen, dien zal Ik ook bel ij den voor Mijnen Vader, Die in de hemelen is«.

Jezus zal hen belijden. Jezus, de Gezalfde des Heeren, de Zoon des levenden Gods.

Hij zal hen belijden. Hij zal voor hen uitkomen. Hij zal hen niet vergeten, noch hunner Zich schamen. Hij zal niet zwijgen wanneer hun naam wordt genoemd of hun gelaat wordt gezien; maar Hij zal openlijk zeggen: »die behoort tot Mijne kudde; dat is Mijn schaap; die is de Mijne; dien heb lk Mij lot een eigendom gemaakt!«

Zoo zal Hij hen belijden voor Zijnen Vader, Die in de hemelen is. ü Geliefden! welk een loon der genade zegt de Heere zulk een toe. Wie llem belijden zal voor de menschen, die stof en asch zijn, wier adem in hunnen neus is, — dien zal Hij belijden voor Zijnen Vader in de hemelen, voorden levenden God, aan Wiens wenk 't Heelal hangt. Wie Hem belijden zal voor de menschen, die zonder den wil Gods zich roeren noch bewegen kunnen, die dus in den grond der zaak niemand kunnen schaden, — dien zal Hij belijden voor Hem, Die spreekt en 't is er. Die gebiedt

') Zoo werd de hostie genoemd.

Sluiten