Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en 't staat er. O welk een heil voor degenen, die Jezus belijden. Hij komt openlijk voor hen uit voor Zijnen hemelschen Vader; d. w. z. Hij behartigt hunne belangen daarboven voor den Tröon. Hij treedt daar op als hun Voorspraak en Pleitbezorger. Hij steunt hen met de heerlijkheid, welke Hij daar heeft. Hij komt voor hen uit onder alle omstandigheden, ook al worden zij door heel de wereld, met een schijnvroom, zoowel als met een openlijk goddeloos gelaat, verworpen; ook al worden ze door den duivel belaagd en belasterd. Ja, juist dan, als alle machten der duisternis tegen hen zich opmaken om hen in hét verderf te storten, komt Jezus voor hen uit, belijdt Hij hen voor Zijnen Vader in de hemelen, zegt Hij voor Diens aangezicht dat zij de Zijnen zijn, en brengt alzoo de heerlijkheid Gods over hen. Hij belijdt hen voor Zijnen Vader ook in het gericht, sprekende: »Vader! Ik wil niet, dat deze in het verderf nederdale; Ik heb verzoening voor hem gevonden».

Door den Heere Jezus beleden te worden voor Zijnen Vader in de hemelen, dat is waarlijk gelukzaligheid. Dat waarborgt immers uitkomst uit eiken nood, eere door alle smaadheid. leven door eiken dood henen. En dat is het heerlijk deel van een iegelijk, die Hem belijden zal voor de menschen, die het met Hem waagt onder alle omstandigheden, in alle verhoudingen des levens.

II.

Tegenover deze onmetelijke gelukzaligheid dergenen, die Hem belijden voor de menschen, staat nu de rampzaligheid van allen die Hem voor de menschen verloochenen. Aldus heeft immers onze Heiland gesproken: »Maar zoo wie Mij verloochend zal hebben voor de menschen, dien zal Ik

Sluiten