Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat iederen dag in de bediening der mis de eenige offerande van Christus verloochent. Ik weet dat ik hier een in onze dagen teere plek aanraak; maar ik mag niet zwijgen, terwijl het kwaad goed wordt geheeten en menige argelooze ziel wordt misleid. Daar moge men voorgeven, dat Rome toch de twaalf artikelen des Geloofs onderschrijft en belijdt, — het ware goed, dat men dit eens nauwkeurig onderzocht; dan zou niet in den doofpot gestopt worden de uitspraak van Calvijn, dat Rome's leer op geen enkel punt zuiver bevonden zal worden, dat zij op de • meeste punten van de leer der apostelen niet minder verschilt dan de duisternis van het licht '). Het woord van onzen Catechismus blijft staan, dat de mis eene verloochening is der eenige offerande van Jezus Christus, en eene vervloekte afgoderij. En men vergete niet, dat samengaan met degenen die Christus verloochenen, zelf eene verloochening des Heeren is. In de praktijk bewijst men niet te gelooven wat de mond belijdt: »Jezus leeft, Zijn is het Rijk« 3). O, als men eens bedacht, wat smaadheid daarmede den Christus wordt aangedaan, dan zou men de verloochening van den Christus niet uitsluitend zoeken bij de voorstanders der zoogenaamde neutraliteit, maar de hand in den eigen boezem steken. — Geliefden, ook hier kunnen wij slechts een enkelen greep doen, maar ook hier is die ééne voldoende om in het licht te stellen, dat het met de belijdenis van den Christus ook in het openbare leven nog verre van recht is.

Geliefden! Zoo wij oprecht zijn, moet ons bij het

') Zie voor de eigen woorden van den Hervormer diens uitlegging van de Handelingen der apostelen, uitgave Wielenga, op Hand. II : 40—42, pag. 99.

5) Vergelijk hierbij Heidelb. Catechismus vr. en antw. 30.

Sluiten