Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Psalm 32, vers 1.

Welzalig hij, wiens zonden zijn vergeven;

Die van de straf voor eeuwig is ontheven;

"Wiens wanbedrijf, waardoor hij was bevlekt,

Yoor 't heilig oog des Heeren is bedekt.

Welzalig is de mensch, wien 't mag gebeuren,

Dat God naar recht hem niet wil schuldig keuren, En die in 't vroom en ongeveinsd gemoed Geen snood bedrog, maar blank oprechtheid voedt.

Geliefden in onzen Heere Jezus Christus!

Ons tijdelijk leven is ons gegeven tot eene voorbereiding voor de eeuwigheid. Aan alle zichtbare heerlijkheid komt een einde. Het gaat om eene zalige eeuwigheid, om een eeuwig zalig leven bij God.

Zoolang het nu heden genaamd wordt, laat God allen menschen alom prediken, dat zij zich bekeeren, opdat zij voor Hem in vrede bevonden worden, onberispelijk en onbestraffelijk, in dien dag, welken Hij gesteld heeft, op welken Hij den aardbodem rechtvaardiglijk zal oordeelen door eenen Man, dien Hij daartoe verordend heeft (Hand. 17 : 30, 31).

De vraag komt tot ons: Zijt gij bereid, als gij voor den Heere moet verschijnen'? Hebt gij vergeving van zonden? Als de Heere Jezus Christus komt op de wolken des hemels om gericht te houden over alle vleesch, dan wordt openbaar alles, wat wij gedaan hebben, óók het verborgene. De apostel Johannes schrijft

Sluiten