Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en leedwezen over zijne zonden bekent, dat hij slechts vloek en tobrn verdiend heeft, en o, zoo blijde zal zijn, als hij 't hoort, dat hem al zijne zonden vergeven zijn, dat hij genade bij God heeft gevonden, dat de Heere tot hem van vrede spreekt.

Zijn er dan onder u M. H., die wegens hunne zonden tot God schreien om vergiffenis, — die worstelen om genade, om gerechtigheid, om vrede bij den Heere,— die verlangen naar Zijnen troost, naar Zijnen zegen, neen, niet om de zonde te blijven dienen, maar om van hare heerschappij verlost te zijn, om in des Heeren dienst te leven? Zijn er zoodanigen onder u? O, hoe ellendig gij u ook bevindt, gij moogt de woorden des Heeren in onzen tekst als tot u gesproken hooren en moogt u verblijden in Gods goedertierenheid en ontferming, ja, over u.

Ach, zegt deze of gene: Ik heb zoo zwaar gezondigd, ik ben Gods gramschap dubbel waardig; geldt mij wel des Heeren belofte? als ik nog maar iets goeds Hem toonen kon, maar 't is alles verkeerd bij mij , ik heb het zoo in alle opzichten voor Hem bedorven?! Ja, mijn vriend, dat zal wel zoo wezen; maar dat behoeft u niet te doen wanhopen. Hoor toch goed ! Wat God hier spreekt, zegt de Heere, uw Ontfermer. Hij vraagt niet naar iets goeds of waardigs in u; o, Hij kent u als een overtreder van jongs af, als een zondaar door en door, als een geheel goddelooze. En, over zulk een menschenkind ontfermt Hij Zich, d. w. z. vergeeft, vergeeft hem alle zonde en overtreding, spreekt hem vrij van alle schuld en straf, en rekent hem toe de gerechtigheid van Christus, en verzekert hem in Diens gemeenschap de erfenis des eeuwigen levens.

En dat alles schenkt Hij uit loutere goedheid, naar Zijn eeuwig welbehagen. O, gij aangevochtenen en vreezenden, en toch zoo verlangenden naar Gods heil, roept

Sluiten