Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aller Gereformeerden, die door God geboden is, op den achtergrond schuift voor bijzaken, waarover men zich bij goeden wil en onderling vertrouwen gemakkelijk kon verstaan. Maar deze droeve feiten samen wettigen toch zeker de vraag, of nu wel waarlijk de tijd gekomen is een gewichtige kwestie als wijziging der Belijdenis te behandelen ?

En eindelijk is er nog een derde moment, dat zeker ook van geen geringe beteekenis moet geacht, d. w. z. de geestelooze toestand der Kerken in het algemeen.

Allereerst viel onze aandacht op de scheuringen in de Kerk, waardoor wij de omstandigheden minder geschikt achtten voor het aanbrengen van wijziging in de Belijdenis. Maar daarbij moet nu nog bovendien gewezen op de geestelijke dorheid onzer dagen. Met het geestelijk leven is het treurig gesteld. Daaronder lijden alle groepen der Gereformeerden, waar zij zich ook bevinden. De laatste twintig jaren heeft de kerkelijke strijd het instituut »kerk« op den voorgrond gedrongen, en dat wel in zulk een mate, dat een ziekelijk kerkisme welig opbloeide. Het kerkelijk leven werd overspannen. En wij mogen dankbaar zijn, dat onder andere invloeden dit verschijnsel eenigszins afneemt. Tot die andere invloeden moeten vooral gerekend worden het politieke en sociale leven, die echter op hunne beurt ook weder een overwegend deel der geestelijke spankracht in beslag nemen. Het behoeft geen betoog, hoezeer deze elementen de hoofden en de harten vervullen. Nu spreekt het wel van zelf, dat wij deze verschijnselen niet opsommen om daarmede te betogen, dat wij kerkelijke, politieke en sociale vraagstukken van minder beteekenis schatten. Het zij verre

Sluiten