Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Staat bestaan kon bij zulk een groote differentiatie van religieuse en ethische ideeën als onze dagen die te zien geven. In Rusland heerscht nog een nauw verband tusschen troon en altaar en het is de vrees, dat bij losmaking dier banden de Staat zal schade lijden, die doet vasthouden aan de positie der orthodoxe Kerk. Datzelfde was bij de ouden het geval. Men kon zich den welstand van den Staat niet denken zonder dat er onder de burgers heerschte één zelfde geloof, eendracht in de zuiverheid der leer. Verbreking van die eenheid was bedreiging van den Staat.

Religieuse eenheid was voorwaarde voor de staatsgemeenschap. Maar natuurlijkerwijze heeft deze eenheid grenzen. Zij kan niet volstrekt zijn. Uniformiteit bestaat niet. Zij kan zich niet uitstrekken tot de conscientieën. De differentiatie was er in beginsel dus altijd. Het verborgen leven was de gistende korrel de eeuwen door. En de krachtsopenbaring dier conscientie wordt grooter naarmate de historie voortschrijdt naar den nieuwen tijd.

Zij ontplooide zich in de reformatie. En nu is dit het eigenaardige, dat hoewel de reformatie zoo innig samenhangt met het recht der conscientie, zij toch dezelfde antieke Staatsidee blijft vasthouden, maar haar nu reformatorisch kleurt. Ook de vaderen hebben zich den Staat niet kunnen denken als ruimte latend voor de differentiatie. Maar omdat in de reformatie zelve het recht der conscientie zich zoo machtig openbaarde, doet zij eene concessie. Zonder de differentiatie rechtens te erkennen, laat zij toch veel grooter ruimte aan de conscientie. Zij aanvaardt de stelling, dat de magistraat niet van doen heeft met

Sluiten