Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hieruit blijken, als wij zien wat de Gereformeerden onder gansch andere politieke toestanden als de hier te lande vigeerende, van de overheid hebben gevraagd in denzelfden tijd, waarin Artikel XXXVI onzer Confessie in volle kracht was.

Om een treffend voorbeeld daarvan te geven verwijs ik naar een geschrift, dat in 1660 zonder opgave van de plaats der uitgave verscheen in Engeland onder den titel: A protestation of the Kings supremacy, made in the name of the afflicted Ministers etc. Het is een verzoekschrift door Engelsche Nonconformisten gericht tot hunne regeering. Op de meest krasse wijze wordt door deze verdrukten in abstracto vastgehouden het absoluut recht der overheid in zake religie. Daarnaast stelden zij even beslist, dat die macht zich in kerkelijke zaken niet verder uitstrekte dan bestaanbaar was met Christus' Koningschap over zijne Kerk. Zij achtten het een groot voorrecht wanneer de Kerk mocht leven onder de bescherming der overheid, voor een oorzake van rouw als die Overheid zich tegen haar stelde. Maar wat is nu het eenige, dat zij zeiven van Zijne Majesteit en van den Staat vragen ? Dit alleen, dat »onder beider toelating, onder beider bescherming en goedkeuring het voor hen wettig mag zijn God te dienen en te eeren overeenkomstig zijn geopenbaarden wil, in overeenstemming met al de Hervormde protestantsche Kerken, die zich van Rome hebben afgescheiden, dat zij niet gedwongen mogen worden om tegen hunne conscientie de eenvoudige, oprechte dienst Gods, zooals die is voorgeschreven in het Woord, te bezoedelen met menschelijke tradities en ritus en het hun geoorloofd zal zijn in den eeredienst formeel en

Sluiten