Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft thans veel meer te beduiden dan vroeger. En ook op de vrije ontwikkeling van het religieuse leven heeft dat alles invloed niet alleen, maar het heeft er ook beteekenis voor. Het moet wijzigend door- en inwerken op de verhouding van Staat en Kerk. Het wijzigt in menig opzicht de Staatsidee en daarmede wijzigt zich ook de idee over de Staatstaak. Wij kunnen hier dit alles niet breeder ontwikkelen, wij stippen het slechts aan om duidelijk te maken, dat het streven naar hetgeen herinnert aan de vroegere toestanden van Artikel XXXVI alleen de vrucht van kortzichtigheid zijn kan.

Juist diezelfde dingen zijn ook de oorzaak, dat dit streven geheel vruchteloos moet zyn. Het kan geen resultaat hebben, omdat de historie wordt en niet gemaakt wordt. Zij richt de wereldgeschiedenis en heeft ook het vonnis gestreken over het staatkundig milieu, waaruit Artikel XXXVI opkwam. Het is vruchteloos daarop te willen appelleeren.

Voor een staats- en volkskerk is er geen plaats meer. En wij betreuren dat niet. Het wezen der Kerk sluit dat buiten. De vroegere toestand was niet met het wezen der Kerk in overeenstemming, dus ook niet met het Woord. Daaruit is dan ook te verklaren de onberekenbaar groote schade, die de Kerk daardoor beloopen heeft. Het is een feit, dat onder het régime van Art. XXXVI de vrijheid der Kerk is geknot. Hare eereplaats was het tooneel harer vernedering. In de jaren 1572 en '73 trad zij fier op in het besef van de haar toekomende »Souvereiniteit in eigen kring.« En slechts luttele jaren waren voldoende om haar te knechten. Onder de jurisdictie van Art. XXXVI is de Kerk verhin-

Sluiten