Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten vorigen jare vrijwillig aangenomen en gehuldigd, moet eerlijk en onbekrompen worden uitgevoerd.

„De Wetgever erkenne het openlijk, door, nevens openbare scholen, van bijzondere scholen te gewagen." 3)

Maar zelfs hiertoe bepaalde zij zich niet. De vrijheid van onderwijs eischte haars inziens ook verandering in de inrichting der examens, waarom zij voorstelde, dat het eindexamen door eene Staatscommissie zou afgenomen worden, en voor de overige examina eveneens bijzondere commissiën zouden worden gevormd, deze samengesteld uit vijf Hoogleeraren van de openbare instellingen van hooger onderwijs. Van welke wijzigingen de eerste aldus werd toegelicht: „een examen, door eene Staatscommissie afgenomen, na volbragte studie, is noodig in het thans voorgedragen stelsel."

„De Hoogleeraren uitsluitend regters te maken over de vorderingen van hen, die hunne lessen niet bijwoonden; van hen te eischen, dat zij de opleiding, die dezen genoten, strikt onpartijdig met de ontwikkeling hunner eigene leerlingen zullen vergelijken, ware onregtvaardig jegens beiden.

„De vrijheid van het onderwijs te verkondigen, en die gelijktijdig door dwangmiddelen te ondermijnen, ware niets anders dan de uitvoering van het grondwettig voorschrift te verlammen." 4) Het binden van den ejfectus civilis aan de graden der openbare Universiteiten wordt hier een verlammen van de Grondwet geheeten, gelijk van Hogendorp het onthouden van de vrijheid van lager onderwijs vóór 1848 als verdraaiing van die wet gestempeld heeft 5), en volgens Buys de verdediging van het vervolgen van de Afgescheidenen tegenover haar met uitvluchten geschiedde 6).

Den 21sten December 1850 vraagde Groen van Prinsterer in de Tweede Kamer, of dit „uitnemend Rapport", evenals dat van 1828, jaren zou blijven liggen, zonder dat er iets aan werd gedaan ?). De geschiedenis heeft het antwoord gegeven. Eerst in 1876 kwam de wet tot stand, die vrije inrichtingen van hooger onderwijs althans erkende, zonder echter een einde te maken aan wat bepaaldelijk het verlammen van de vrijheid van hooger onderwijs was genoemd. Toch heeft zich ook toen daartegen eene stem van beteekenis verheven. Namens de „Orde

Sluiten