Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de Rijks-Universiteiten met de Kerken, b. v. met de Gereformeerde Kerken, het Hervormde Kerkgenootschap van 1816, en de Roomsche Kerk in verband te brengen, dan wel of het raadzaam zij die faculteit aan de openbare Universiteiten op te heffen.

Maar hoe gewichtig dit probleem ook zij, — toch staat het in beteekenis verre achter bij het andere, zoo even bedoeld, welke plaats voortaan zal toekomen aan de openbare Universiteiten in het geheel, nu dezen ingekrompen zijn van strekking, en alleen formeel, niet meer in waarheid, rusten op den ouden, algemeenen, voor het gansche volk bestemden, grondslag. Zullen ook de openbare inrichtingen in den weg van vrijheid worden overgeleid? Paul Leroy-Beaulieu acht het geenszins ondenkbaar, dat in die richting ook voor instellingen niet op confessioneelen grondslag plaats te vinden is. Zeker zou staatshulp dien overgang niet weinig kunnen vergemakkelijken. Hoe het echter worden moet, wie zal wagen dit in een enkel woord te beslissen? Met geweld te willen forceeren, ware niet minder onverantwoordelijk dan met dwang de natuurlijke ontwikkeling tegen te gaan, of het oog kortweg voor de verandering in ons leven te sluiten. Wij staan hier voor een veelomvattend, een ingewikkeld probleem. Voor haastige solutiën is het weinig geschikt. Maar het vraagstuk is er. Wij mogen er niet aan denken eenvoudig het eene deel des volks, dat wetenschap gebonden aan Gods Woord verlangt, kortweg naar vrije inrichtingen te verwijzen om, wel niet principieel, maar feitelijk toch de openbare Universiteiten op den voet van thans aan den tegenstander te laten. Evenmin als wij het tegenovergestelde kunnen begeeren. De een zal den ander niet benauwen. Gerechtigheid moet heerschen; ja, verhoogt een volk. Zoo zal ook de landsvrede bevorderd worden. Niet „door eenheid tot vrijheid" zij de leuze, maar het omgekeerde: „door vrijheid tot eenheid".

Voor de toepassing van dat beginsel op het hooger onderwijs in verband met de gewijzigde gesteldheid, is de medewerking van allen noodig, tot welke staatkundige partij zij ook behooren, die, van elk staatsdespotisme wars, voor een waarlijk vrij volksbestaan nog liefde voelen in hun hart, en aan alle valsch conservatisme gespeend, bereid zijn rekening te houden

Sluiten