Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

standig bestaan ook hebben moge, toch werd die te dezer stede niet om de vrijheid zelve in het leven geroepen. En al durven wij hopen, dat zij voor de beoefening en verspreiding van de wetenschap in deze eerste periode van haar bestaan niet geheel onvruchtbaar heeft gearbeid, — toch was het evenmin daarom, dat zij werd gesticht. Als was er in het algemeen te kort aan wetenschap. Wat dreef en bezielde was van hooger aard. Wat in Nederland maar al te schaars gevonden werd, was de wetenschap, die dankbaar aanvaardde de voorlichting van Gods Woord. Om haar alleen was het met deze Stichting te doen. En zoo besloot Elout dan ook met den wensch: „dat in de universitaire behandeling van de groote waarheden, door de Reformatie weder aan het licht gebracht, onder de leiding des Heiligen Geestes zalving en diepte, harmonie en evenwicht zorgvuldig gepaard blijven, ten einde het geloof der Gereformeerde Kerk in hart en wandel der studenten aan de onderscheidene faculteiten en wederom door hun invloed in de conscientie der gemeente, levendig en vruchtbaar zich betoone, zoodat (ik bezig hier vereenigde woorden van mijne gelukzalige vrienden Merle d'Aubigné en Groen van Prinsterer, wier roemvolle namen, zoo ergens, hier recht hebben op eervolle vermelding) zoodat de Nederlandsche Hervormde Kerk, door, als in de dagen der Dordtsche vaderen, volle en ootmoedige hulde te brengen aan de genade van Jezus Christus, weder aan het hoofd moge staan van de Kerken der Christenheid; en het Gereformeerd volksgeloof — kenbaar naar de eigenaardigheid der zoogenaamde Calvinistische en Puriteinsche richting in de nauwgezetheid der vreeze Gods en in de strenge veroordeeling van al wat met de Heilige Schrift niet overeenkomt — op nieuw, gelijk in zoo menig hachelijk tijdsgewricht, de steun blijke voor Kerk, Oranje en Vaderland. Zoo worde in deze Vrije Universiteit den alleen wijzen God, onzen Zaligmaker, Heerlijkheid en Majesteit, kracht en macht toegebracht beide nu en in der eeuwigheid!"

Aan deze heilige bede het verleden getoetst, voegt ons de zelfverheffing niet, maar past alleen de toon van beschaamdheid en verootmoediging. Doch ook wijst zij het richtsnoer voor de toekomst aan, naar het woord des Apostels: „één ding doe ik: vergetende hetgene dat achter is, en strekkende mij tot

Sluiten