Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geen Nederlandsch hart kan zoodanige leeringen koesteren of dulden." Zie Groen's Adviezen, dl. II, bl. 6.

28) Handd. v. d. Tweede Kamer der S.-G., 1882/83, bl. 381.

29) Staats- en strafrechtelijke opstellen (1897), bl. 161.

80) Rechtsgeleerd Magazijn, 208te jaarg., bl. 475/76.

31) Zie de JV. Rott. Ct. van 10 Sept. 1901, en Wezen en praktijk der vrijzinnigheid, bl. 84.

35) Bijlagen v. h. Verslag der Handd. v. d. Tweede Kamer der S.-G. 1861/62, bl. 934.

33) Parlementaire redevoeringen. Ministerie. Van Sept. 1865 tot Febr. 1866, bl. VIII.

34) De wet van het recht (1881), bl. 12/13.

85) Zie Groen van Prinsterer's Nederlandsche Gedachten, dl. IV, bl. 259.

36) Handd. der S.-G., 1868, Tweede Kamer, bl. 461.

37) Zie Handd. der S.-G. 1849, Tweede Kamer, bl. 358.

35) Nederlandsche Gedachten, dl. II, bl. 202.

39) T. a. p., bl. XI.

Sluiten