Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stn^u^vt, es 6 ~ ex- S

Z*U.c*> 6' *c '<'■ ^ ,

^r/7^

ééns. geweest. Maar nu is langzamerhand deze laatste grond meer en meer de eenige geworden. En toch , kan men door

veronderstellen, in geestelijken zin, realiteit geven aan de —

wedergeboorte, om als grond te dienen? Immers neen/"

Het Geloof is een bewijs der zaken, die men niet ziet, dat geeft realiteit aan iets in geestelijken zin, niet de veronderstelling.

Wie geeft ons recht te veronderstellen, als God tot gelooven roept? Of is gelooven hetzelfde als veronderstellen; waarom zegt men dat dan niet? Waarom dan nu veronderstellen, daar alle eeuwen geloof aan den Doop is verbonden? En hoever gaat men met dat veronderstellen? De ouders moeten veronderstellen, dat het kind wedergeboren is, de leeraar, in de prediking, het kind zelf; altijd maar door? Een sterk staaltje daarvan vindt ge in: „ Voor een Distel een Mirt", iste druk, blz. 247—248; In het stuk „Oordeelt over uzelven als ge niet gaat":

„Maar nu zijn twee gevallen denkbaar:

Als weer de bediening van het Avondmaal wordt aangekondigd, staat ge in dit zalig besef van uwe bekeering, of ge staat er niet in.

Indien wel, dan gaat ge. Geloovende, maar als een. kleingeloovige, zoekt ge bij uw Heiland de sterking, die Hij u biedt voor uw geloof.

Maar indien niet, dan is de poorte voor u gesloten. Ge hebt geen bruiloftskleed. Of omdat ge het nooit had; öf omdat ge meent het te zijn kwijt geraakt Twee toestanden,

die ge wel moet onderscheiden. Neem u het eerste. Stel dat ge in uw onbezonnenheid een dwaasheid hebt gedaan,

en 1111 van achteren merkt, hoe ge ter openbare belijdenis van uw Heiland zijt opgegaan, zonder dat ge een Heiland hadt. Ge ziet dan nu in, hoe ge met een ganschelijk onbekeerd en Gode nog vijandig, hart. u zijt gaan aandienen,

alsof ge u met waren harte tot uw God bekeerd hadt.

In dat geval nu is uiteraard uwe openbare belijdenis voor u nietig en van geener waarde en zoudt ge eigenlijk tot uw kerkeraad moeten gaan , om te zeggen : Ik heb gelogen , ik

Sluiten