Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houdt van kost ende kleederen voor haer versorgen. Sij

moeten haer uyterste neerstigheijt aanwenden, om den ouden

Adam en de aangeborene verdorventheijt in hare kinderen

van joncks op tegen te gaen. Sij moeten het zaet van 1

heijligheijt in hare herten zaeijen, ende door geduerige ƒ ■ -■

onderrichtingen in alle plaetsen, op alle tijden, Deut. 6:7, y , ,

haer instampen de vreese des Heeren, Efes. 6:4, opdat - •

sij van blint siende, van dood levendigh, van kinderen des <•(,

toorns ende des doots, kinderen der genade ende des levens /

mogen worden"..— ^

Dat klinkt toch wel anders dan men, in dit opzicht, van/tc-.ey ^ r'

menigeen tegenwoordig hoort./"" £jL~ts<nJ <■ "

Het moge eenigermate hard en eenzijdig zijn, wat ik on- c .

langs las , van J. Rijle (uitleggende gedachten over het Evan- r /V)

gelie van Mattheus), over de gelijkenis van het vischnet ,,, , C (Matth. 13 : 47): „Er is bezwaarlijk eenig punt in het Chris- Je" / 1

tendom, waarin men zich deerlijker vergist dan in de ware 7iatuur van de zichtbare Kerk. Geen punt is er wellicht,

waarin eene misvatting zoo gevaarlijk is voor de ziel. Leeren wij uit deze gelijkenis, dat de vergaderingen van menschen,

die belijdenis hebben gedaan van hun geloof, beschouwd moeten worden als gemengde lichamen. Zij bevatten allen,

goede en kwade visschen, bekeerden en onbekeerden, kinderen van God en kinderen der wereld, en moeten als zoodanig beschouwd en toegesproken worden. Met eene gelijkenis als deze vóór zich , aan alle gedoopten toe te roepen,

dat zij wedergeboren zijn, dat zij den H. Geest hebben, dat zij leden zijn van het lichaam van Christus, dat zij heiligen zijn, is volstrekt onverantwoordelijk. Zulk eene toespraak moge vleiend en aangenaam zijn voor het vleesch, zij zal geenszins strekken ten nutte en ter zaligheid der hoorders.

Zij zal integendeel op smartelijke wijze hen versterken in hunne eigengerechtigheid en de zondaars^ in slaap wiegen.

Zij wederspreekt het duidelijk onderwijs van Christus en leidt de zielen naar het verderf. Indien wij ooit zulk een leer hooren, gedenken wij dan aan de gelijkenis van „het net."

Eindelijk, laat het eene vaste grondstelling bij ons zijn, dat

Sluiten