Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoop, i Petr. 1:3; wedergeboorte en Woord, 1 Petr. 1 : 23 ; 2:2; wedergeboorte en geloof, Joh. 1:13; 1 Joh 5:1; wedergeboorte en „die de rechtvaardigheid doei', 1 Joh. 2 : 29; wedergeboorte en de zonde, I Joh. 3:9; wedergeboorte en de liefde, 1 Joh. 4 : 7; 5:1; wedergeboorte en de overwinning der wereld, 1 Joh. 5:4; wedergeboorte en het weerstaan van den duivel, 1 Joh. 5:18; wedergeboorte en broederlijke liefde, 1 Joh. 3 : 19, enz. Ook wanneer de wedergeboorte anders wordt genoemd, wordt zij niet rechtstreeks in verband gebracht met den H. Doop: wedergeboorte en de kennis van Christus, 2 Cor. 5:17; wedergeboorte en goede werken, Efes, 2: 10; wedergeboorte en den nieuwen mensch aandoen, Efez. 4 : 24; wedergeboorte en het zoeken van de dingen die boven zijn, Col. 3:1; wedergeboorte en den Vader dankzeggende, Col. 1 : 13; wedergeboorte en den Vader aanroepen, Rom. 8:15; wedergeboorte en het zuchten naar de verlossing des lichaams, Rom, 8 : 23, enz.

Daarentegen wordt de Doop (evenals de besnijdenis in het O. T.) in het N. T. altijd in verband gebracht met Gods genadeverbond en deszelfs beloften: Gen. 17 : 7—10, Hand. 2 : 38) 39i met de vergeving der zotiden door het bloed en den Geest van Christus, Matth. 3:6, Mark. 1:4, Luk. 3:3, Hand. 2 : 38, Hand. 10 , 42—48, Hand. 9 : 17, 18; met het geloof in Christus, Matth. 28 : 19, Mare 16 : 16, Hand 2 : 41 , Hand. 8 : 12, 36—38; 16 : 14, 15; 19 : 5.

Zoo doen ook onze belijdenisschriften: In den Cat. wordt de wedergeboorte alleen genoemd in Zd. 3, maar met den Doop wordt in verband gebracht: „de vergeving der zonden" , Zd. 26 enz. en als grond voor den Doop opgegeven: het verbond Gods, Zd. 27. In de Geloofsbelijdenis wordt het woord „wedergeboorte" niet eens genoemd; alleen wordt iets gezegd van wedergeboren in Art. 24, dat van de heiligmaking handelt. In de 5 Art. tegen de Remonstr. wordt veel van de wedergeboorte gezegd: wat zij is, waardoor zij gewerkt wordt, wanneer de mensch haar deelachtig wordt. In 't 3de en 4de hfdst. Art. n en 12. Ook wordt gezegd, dat God haar werkt door de bediening des Evangeliums.

Sluiten