Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beteekende en verzegelde beloften , niet genoeg voor ons geloof ?

En nu Joh. 3. Tot Jezus komt een mensch, vs. 1. En Hij wist wat in den mensch was, 2 : 25. Ook wat in dezen mensch was. Toch zegt Hij tot hem , zoo plechtig en ernstig, in den nacht: „Voorwaar, voorwaar zeg ik u, tenzij dat iemand wederom geboren worde"

Nicodemus was, als Paulus, een farizeër , ten achtsten dage besneden, een overste der Joden, in de Schriften onderwezen ; hij kwam tot Jezus , zij het om menschenvrees , in den nacht; er was iets dat hem tot Jezus trok, hij prees Hem; vs. 2, hij geloofde later in Hem , werd een waar , moedig discipel van Jezus, die op Hem vertrouwde zelfs in Zijn dood, toen anderen totaal moedeloos waren geworden. En Jezus wist dit alles en toch zegt Hij niet tot hem: „gij zij t wedergeboren, gij waart het van moeders lijf af, uwe besnijdenis bezegelde dat. Het is nu meer dan tijd, dat gij het openbaart, dat gij op grond daarvan in Mij gelooft en U aan mij overgeeft". Maar: „Verwonder u niet, dat ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden." En op de vraag: „hoe kunnen deze dingen geschieden ?" eene herhaling van de dwaze redeneering in vs. 4, zegt Jezus : Weet gij, een leeraar in Israël deze dingen niet?" Zelfs deze „aardsche dingen" (want de wedergeboorte behoort daartoe) die Jezus leert, gelooft hij niet. Als het nu van één verondersteld kon worden, dat hij wedergeboren was, dan zeker van Nicodemus. Waarom zegt de Heere het zoo geheel anders, met het ernstige: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u, tenzij, dat iemand wederom geboren ivorde ?"

Nog eens weer moet de mensch geboren worden. Eens is hij geboren. Uit zijne moeder. Nog eens weer uit haar geboren te worden, kan niet en baat ook niet; „wat uit vleesch geboren is, is vleesch". Maar gij moet wederom geboren worden uit God, om Zijn rijk te zien en in te gaan. Deze geboorte is een onnaspeurlijk wonder. Wij weten niet, hoe het leven uit de stervende graankorrel in den groeienden korenhalm zich ontwikkelt, Pred. 11:5, nog veel minder hoe God het leven werkt in den door de zonden dooden mensch.

Sluiten