Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzegeld geworden met den H. Geest der belofte"; en 4 : 30 : „Bedroeft den H. Geest Gods niet, door welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing". Was het Sacrament een zegel> gedrukt op hen, die het ontvangen, dan zouden allen , die het naar Gods bevel deelachtig worden , de beteekende zaak, de wedergeboorte deelachtig zijn, dewijl God niet liegen kan, of ontrouw worden aan zijn Woord. Maar nu het Sacrament de belofte verzegelt en niet de personen, die het ontvangen, worden alleen zij den zegen deelachtig, die de belofte geloovig aannemen, of ook zij, aan wien God de beloofde zaak schenkt, voor dat zij nog kunnen gelooven .... Aan allen die het Sacrament ontvangen hebben , wordt verzegeld , dat de belofte des Evangeliums waarachtig is. Het Evangelie blijft wat het is en verandert niet door des menschen geloof of ongeloof. En evenzoo het Sacrament. Het blijft hetzelfde of een Ezau dan wel een Jacob, of een Petrus dan wel een Judas het ontvangt. Niet ons geloof maakt het Evangelie tot Evangelie; het is het in zichzelve. En zoo ook het Sacrament. Het wordt het niet door ons geloof, maar het is het door Gods instelling.

De belofte des heils, door de prediking aan allen bekend gemaakt, met het bijgevoegde bevel van geloof en bekeering, blijft wat zij is, al is het ook dat zeer velen, die haar hooren weigeren te gelooven. En evenzoo wordt ook het aan die belofte toegevoegde zegel niet minder door het niet gelooven van hen, die de belofte hooren en het Sacrament gebruiken. In de prediking van het Evangelie en bij de bediening der Sacramenten plaatst God ons niet voor de verkiezing en de wedergeboorte. Deze zijn beide voor ons verborgen. Zij behooren tot de dingen die, volgens Mozes' woord, voor den Heere onzen God zijn, terwijl de geopenbaarde dingen zijn voor ons en onze kinderen. Voor ons oog nu is openbaar de belijdenis en de wandel der volwassenen, die zich voor den doop aanbieden en wanneer die voldoende zijn, moeten zij gedoopt worden. En van de kinderen is het ook openbaar, of zij recht hebben op den doop, dewijl het bekend

Sluiten