Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzegelt de Doop, dan alleen de wedergeboorte. Zij is eerst ten volle vervuld: „als wij onbevlekt in het eeuivige leven sullen gesteld worden".

Deze belofte, met het Goddelijk zegel er aan, is eene machtige belofte. Zii leeft, werkt, reist naar hare vervulling. Zij kan niet rusten, maar wordt door Gods almacht, trouw en liefde onophoudelijk voortgedreven, totdat zij hare vervulling bereikt zal hebben. Wij dragen Gods beloften niet, of houden ze vast, ofschoon het telkens zoo wordt uitgedrukt; eigenlijk is het juist andersom, zij dragen ons. God toch draagt alle dingen door het Woord Zijner kracht, zoo draagt Hij zijn volk door Zijn verbondsbelofte; al Zijn volk, klein en groot.

Het Joodsche volk b. v. droeg Gods beloften niet, maar de Messiasbelofte droeg het volk, hield het staande, totdat deze belofte vervuld was en het volk uit elkander viel, omdat het de vervulling (den Messias) verwierp Nog wordt dat volk (als ballingen onder de volken) wonderlijk door andere beloften Gods gespaard en gedragen. Nu, door Gods verbondsbelofte worden wij en onze kinderen gedragen , totdat wij door haar tot hare vervulling worden gebracht.

„Hij vertraagt de belofte niet", namelijk om haar aan ons zaad te vervullen. Zij heeft geen rust dag en nacht, zij hijgt naar haar einddoel. Zoo wil het God, die haar uitzond, zoo wil het Christus, die er het Goddelijk zegel, tot vaster geloof, aanhechtte, Hij, in wien alle beloften Ja en Amen zijn, zoo wil het de H. Geest, door Wiens kracht zij volkomen wordt vervuld. Dat is ook als Goddelijke belofte, haar karakter. Evenals het water naar beneden loopt, zoo Gods belofte naar hare vervulling. Hoe zou ooit Gods belofte falen ?

Maar nu kan het zijn, dat de belofte doorgaat en gij, die haar hebt ontvangen en haar zegel, en die zulk eene behoefte hebt aan hare vervulling, achterblijft. „Laat ons dan vreezen, dat niet te eeniger tijd de belofte, vin in zijne ruste in te gaan, nagelaten zijnde, iemand van u schijne achtergebleven te zijn, Hebr. 4:1. Hebben er niet velen niet kunnen ingaan, vanwege hun ongeloof? Hebr 3:19. Heeft God

3*

Sluiten