Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE DWALINGEN VAN HET CALVINISME.

„Stelsels, hard en onverwrikbaar

Als de koude harde rots,

Gaan voorbij, als onweerstaanbaar 't Leven kiemt door d'adem Gods."

(Uit een onuitgegeven gedicht van den Schrijver).

Het is onbegrijpelijk en bedroevend, hoe blind vele predikanten schijnen te zijn voor het licht, dat onder Gods leiding in de laatste halve eeuw op godsdienstig en theologisch gebied geschenen heeft, en altijd weer schijnen te meenen, dat er heil te wachten is van het weeroprakelen en tot nieuwe heerschappij brengen van verouderde dogma's en opvattingen, die in den tijd, toen zij werden geformuleerd, beteekenis hadden en uitdrukking gaven aan wat toen in vele harten leefde, maar sedert lang buiten den stroom der geestelijke ontwikkeling zijn geraakt, en alleen kunstmatig, en ten koste van alle eerlijke erkenning der nuchtere werkelijkheid, op nieuw met een schijnleven bezield kunnen worden. Juist echter in dat ijveren voor het herstel van de alleenheerschappij in de Hervormde kerken van het „Gereformeerde", d. i. Calvinistische stelsel openbaart zich de geheime vrees van de aanhangers van dat stelsel, dat zonder uitwendige middelen dat Calvinisme geen macht meer kan uitoefenen op geestelijk gebied; dat het niet aan zijn eigen

Sluiten