Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het zoogenaamde „Supralapsarisme" '), zooals Calvijn het verdedigt. De formulieren spreken zich over het verschilpunt tusschen Supra- en Infralapsarisme niet uit; en in de „Belijdenis" en den „Catechismus" is geheel de Predestinatieleer, waartoe dit verschilpunt behoort, op den achtergrond gelaten; de »Catechismus" noemt ze zelfs niet. Toch is het stelsel niet volledig zonder die leer, die in hare noodzakelijke consequenties ook het Supralapsarisme, en het „decretum horribile" van Calvijns stelsel meebrengt. Er zijn vele menschen, die dit niet inzien, en werkelijk meenen „Gereformeerd", d. i. Calvinistisch te zijn in hunne overtuiging, terwijl ze de leer der Reprobatie, d. i. de leer, dat God van eeuwigheid besloten heeft het grootste deel der menschen te verdoemen, verwerpen. Zij laten het bij de aan de „Belijdenis" ontleende uitdrukking, dat God de verlorenen „laat in hun val", en terwijl zij de leer der Electie, of der verkiezing van een deel der menschen ter zaligheid, blijven belijden, zien ze niet in, dat deze onvermijdelijk, in verband met de andere dogma's van het stelsel, voert tot de Reprobatieleer. Weer anderen gaan nog verder, en verwerpen ook de leer der Electie. Zij noemen zich wel niet „Gereformeerd" maar toch „Orthodox", en zouden ook de uittreding der niet-Orthodoxen uit de kerk wenschelijk achten. Zij gelooven in wat men noemt de „algemeene genade", en leeren, dat God alle menschen wil zalig maken, maar dat alleen zij, die dit Evangelie gelooven, behouden worden, terwijl de anderen „voor eeuwig" verloren

i) Onder „Supralapsarisme" verstaat men de leer, dat God het besluit van verkiezing en verwerping reeds voor den val (supra lapsum) genomen, en er den val mee in opgenomen heeft. „Infralapsarisme" leert, dat dit besluit eerst na den val (infra lapsum) genomen is, tengevolge van den door den val ingetreden toestand.

Sluiten