Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leer der Praedestinatie, of der voorbeschikking, volgens 't welk alles, wat op aarde geschiedt, vooraf reeds alzoo door God beschikt, gedestineerd was. De wereldgeschiedenis, het handelen der menschen in goeden en verkeerden zin, goed en kwaad, deugd en ondeugd, geloof en ongeloof, vroomheid en goddeloosheid, zaligheid en rampzaligheid, het is alles volgens deze leer slechts ontplooiing van het „raadsbesluit Gods", van Zijne praedestinatie of voorbeschikking. Het moet erkend worden, dat in de drie Formulieren dit dogma der Praedestinatie niet scherp geformuleerd op den voorgrond treedt, dat het in de „Belijdenis" en den „Catechismus" achter de leer der Voorzienigheid verborgen blijft, en in de „Leerregels" wel duidelijk uitgesproken wordt, doch alleen met het oog op de leer der uitverkiezing '). Intusschen is het de grondgedachte van de geheele Calvinistische leer, en wordt dan ook door Calvijn ondubbelzinnig geleerd. Hij schrijft in zijn „Institutio" (3de _ 7de Editie, Hfdst. 14, 40, 8ste Ed. iste boek Hfdst. 16, 8): „Wij stellen vast, dat God Rechter en Bestuurder van alles is, die naar Zijn wijsheid van de vroegste eeuwigheid besloten heeft wat Hij doen zou, en nu door Zijn macht wat Hij besloten heeft ook uitvoert". Zoo heeft Hij dan ook „door een eeuwig en onveranderlijk besluit eenmaal vastgesteld, wie Hij eenmaal tot zaligheid zou aannemen, en wie Hij daarentegen aan 't verderf zou prijsgeven". (3de—7de Ed. H. 14, 5, 8ste Ed. B. 3 H. 21, 7). Volgens Calvijn „kan niemand loochenen, dat de Heer vóór Hij den mensch schiep vooruit geweten heeft welk einde hij zou hebben, en wel daarom het geweten, omdat Hij door Zijn besluit het aldus bepaald had". (T.z.pl.

1) Zie „Leerregels" Hfdst. II, VIII en IX.

Sluiten