Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder dat echter die „diepzinnigheden" veel invloed uitoefenen op de godsvrucht des harten. Waar echter de „vrome" zich juist in die dogma's gaat verdiepen, vooral waar de dogma's der Praedestinatie, der Electie en der Reprobatie geheel worden opgenomen in het godsdienstig voelen en denken, daar gaat de ware vroomheid te loor, en ontaardt in een ziekelijk mysticisme, dat met liefdeloosheid, hoogmoed en hardheid jegens andersdenkenden gepaard gaat.

Vroomheid vindt men min of meer overal. Ook uit het heidendom klinken stemmen, die van oprechte vroomheid getuigen; en een persoon als b.v. Thomas a Kempis bewijst, dat ook het Katholicisme, door Luther als leugen bestreden, door oprecht vrome menschen kan beleden worden. De waarheid of onwaarheid eener leer kan niet op die wijze uitgemaakt worden; wordt ook niet bewezen, doordat de belijders beweren, dat die leer van goddelijkcn oorsprong is. Een eerlijk toetsen van die leer aan de werkelijkheid der dingen en aan de natuurlijke inspraak van verstand en hart is noodig om de meerdere of mindere waarheid of onwaarheid in het licht te stellen. En indien dan blijkt, dat die leer in strijd is met de hoofdgedachte des Evangelies, in strijd met de begrippen van recht en liefde, dan is het noodig en goed die leer ronduit leugeyi te noemen, en als zoodanig te ontmaskeren.

De grondgedachte van het Calvinisme, zoo zagen we, is de leer der verdoemelijkheid. Vragen wij naar den grond voor deze leer, dan blijkt het terstond, dat ze samenhangt met het geloof aan de historiciteit van het verhaal van Genesis 3 en met de theoriën, die in de Joodsche en Oud-christelijke theologie daaraan zijn vastgeknoopt geworden. In den Israëlitischen godsdienst was het denkbeeld van „zonde" als over-

Sluiten