Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich niet bekeeren ; omdat „niemand het zichzelven geven" kan. De aanbieding der verlossing, hun gedaan, is niet ernstig gemeend; anders zou God hen ook „met het geloof begiftigen", hun Zijne „particuliere genade" bewijzen.

Welk eene afschuwelijke, godslasterlijke leer! Hoe maakt het God tot een leugenaar, bedrieglijk tot de zondaren van vergeving en verlossing sprekende, zonder dat er sprake van is, dat die vergeving en verlossing hun geschonken worde! Hoe schrijft het God bedrog, misleiding, wreedheid en onrecht toe! Wat voor een wezen is dat, dat zelf met engelen en zaligen in den hemel onuitsprekelijke heerlijkheid geniet, terwijl intusschen de hel weergalmt van de jammerkreten der verdoemden, die de verlossing niet konden verkrijgen, omdat het God „niet behaagde" hen „met het geloof te begiftigen"! En die jammerkreten der door God tot in eeuwigheid gefolterde „verworpenen" moeten dan nog strekken, zoo heet het, ter meerdere eere (!) van God! Hoe geheel anders is de voorstelling, die de Heiland ons geeft, als Hij zegt, dat er blijdschap is in den hemel bij de engelen Gods over één zondaar, die zich bekeert, en als Hij ons de vreugde van den hemelschen Vader over het teruggekeerde verloren kind teekent in den vader, die het gemeste kalf slacht uit blijdschap over de terugkeer van den verloren zoon.

Hard en wreed is deze leer van particuliere genade, van uitverkiezing, van het geloof als eene bijzondere gave, geschonken alleen aan de uitverkorenen. De prediking des Evangelies spoort de menschen aan zich te bekeeren; en de leer voegt er bij, dat zij dat uit zich zelf niet kunnen doen. Dit is, zooals iemand het eens noemde, eene aansporing om te gaan door een dicht gegrendelde deur. Welk eene be-

Sluiten