Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onder ingeschapene Godskennis moet men niet verstaan, dat in den mensch zekere begrippen van God zijn aangeboren, zoodat hij door denken uit zichzelf, zonder openbaring Gods, tot kennis van God zou kunnen komen; maar we verstaan er onder, dat de mensch in zijn ziel een indruk heeft van een hooger Wezen; zoodra de mensch n.1. hoort, dat er een God is, behoeft er niet eerst een z. g. n. wetenschappelijke bewijsvoering nog vóór af tegaan; neen, hy aanvaardt dat, als niets vreemds, en als iets hetwelk volstrekt niet tegen de natuur van zijn ziel strijdende is.

Verkregene Godskennis is daarom geen tegenstelling met ingeschapene, maar beteekent. dat we uit de schepselen rondom ons, en het allerklaarst uit Gods Woord (de H. Schrift) tot een breédere en diepere kennis van God kunnen komen.

Beide soorten van Godskennis berusten dus op openbaring. Deze is onmisbaar. Ook hier geldt het: uit Hem zijn alle dingen.

HOOFDSTUK II.

DE HEILIGE SCHRIFT.

Zij is het beschreven Woord van God. In den tijd vóór Mozes was er een onbeschreven Woord Gods; in dien tijd maakte God zijn Woord bekend door mondelinge aanspraken en openbaringen aan de vaderen ; welke door overlevering werden bewaard; wat wegens den langeren levensduur der menschen te geiee-

der kon geschieden.

Dit beschreven Woord van God omvat twee deelen: het Oude- en het Nieuwe Testament. Deze behooren bij elkaar ; en staan tot elkaar in verhouding als belofte tot vervulling. De Joden verwerpen het Nieuwe Testament.

De Ethischen en Modernen daarentegen beschouwen het Nieuwe Testament als van meer gezag en waarde dan het Oude Testament ; zij het ook dat die waarde voor hen niet is, wat ze

voor ons is. . ...

In den nieuweren tijd wordt in die kringen dan weer bij uitstek van waarde geacht, wat Jezus zeil heeft gezegd ; en daarvan vormt de Bergrede dan weêr het allervoornaamste deel, deze is de sleutel des Evangelies. Leo Tolstoy zeide, dat het N. T. een zak vuilnis was, maar waarin de bergrede als een

Sluiten