Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schoone schat was Het onhoudbare van deze opvatting over

lin /Pnngt a,1 ,dadeliJ'k in het °°g' a,s we bedenken, dat Jezus zelf persoonlijk niets heeft opgeschreven. Al wat we

h t-ZlJjS ^ete" u'S °"S medegedeeld door de Apostelen enz. dan f, l! T. geschreven hebben. Zijn die nu onbetrouwbaar, 18 van/elf daarmede een beroep op Jezus'woorden ook van m f;,JaDidie woorden hebben deze zelfde schrijvers

is geschiedT W'6 Za' da" uitmaken of het getrouw

p JfewEth!fChen leTn: niet is.Gods Woord; maar

p%T* w Bijbel. T\len gevoelt het verschil; is

Gods Woord in den Bijbel, dan is er ook mogelijk nog veel

Woo7d is? M W?°-rf 'S' W'e Za' nU uitmaken wat Gods Woord is? Men moet of vervallen tot een stuk voor stuk weg

p f ™ de ; Schrift, öf den bijbel erkennen als het Woord Gods, van begin tot einde.

Aldus doen wij Gereformeerden, en wel op grond van de leer der inspiratie of ingeving der H. Schrift.

dat rnH dlin#erng n insPiJratie der H:. Schrift verstaat men, , .. Heilige Geest door een bijzondere inwerking de

schrijvers heeft geleid in al de waarheid; hen niet alleen voor S Hp bvehoedende. maar ook positief hen leidende in de waarHe2 TimeniqS8e i«' ï T/' den mad Gods mede te deelen. 16 :130 ' ' 1 : 21; Joh" 14 : 260; Joh-

ziin6 PdTtfetTepnhnVvrhlatr? £eduriS dat ziJ van den Heere geroepen zyn, dat Jehovah tot hen gesproken heeft; zij maken een

' eipe tegenstelling tusschen Gods woord en eigen woord.

De schrijvers van het O. T. worden door Jezus zelf en de

Apostelen betrouwbaar verklaard, tot op een jota (een zeer

kleine letter) toe is b.v. de Wet betrouwbaar. Op Mozes en

rif fI 6 ,het N" T■ gedurig een beroep. Daarbij ziin

d® schrijvers van het N. T. mannen van zoo ernstige levensop-

zoi nleften8 ' dat ^ slechts tegen «ns eigen karakter

zou pleiten, wanneer we hen van zoo groote ononrechtheid

hebben. "-seis zolZ „eTSrevèn

Deze ingeving van de H. Schrift kan in hoofdzaak op twee

STen van een Men Spreekt n'L van een mSa

rubcne, en van een organische ingeving

Wie de mechanische (zooveel als machinale, werktuigeliike)

wuste1 machintaTegedaaJ! meent' dat de schrlJvers slechts onbe^infl„ïïn,?gen waren; gelijk een fluitspeler aan zijn fluit muzikale tonen ontlokt, zoo ook zou de H. Geest de

Sluiten