Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geloof en leven. Zie Jes. 8 : 20; Joh. 10 : 34b. Dit gezag ontleent de Schrift aan hare eigen goddelijkheid.

De noodzakelijkheid der Schrift beteekent, dat het God den Heere heeft behaagd alleen door dat Woord ons den weg der zaligheid bekend te maken ; zoodat zonder hetzelve voor ons geen zekere bekendheid ware van den weg der genade.

Onder de duidelijkheid der Schrift wordt niet verstaan, dat er geen duistere dingen in voorkomen; maar dat zij klaar en duidelijk is in die dingen, welke tot zaligheid noodig zijn te weten. Daarbij kan de waarheid van een zaak wel duidelijk zijn geopenbaard, alhoewel de zaak zelve soms, krachtens haar aard, zwaar om te verstaan blijft.

Er is dan ook geen reden om, gelijk Rome doet, te ontraden dat „leeken" den Bijbel zouden lezen. Integendeel, zie Joh. 5 : 39; Rom. 1:7: Mattheüs 5 : 1; Ps. 119 : 105 enz.

De genoegzaamheid of volkomenheid der H. Schrift is die eigenschap, welke haar doet zijn .een volkomene, algenoegzame bron tot kennis van den weg der zaligheid. Zoodat we niet, als Rome, naast den Bijbel nog de overlevering (traditie) aanvaarden.

Zie Jes. 8 : 20; Mattheüs 15 : 4.

Merkwaardig is het dan ook, dat alle specifltiek (kenmerkend) Christelijke leerstukken (dogma's), volgens Rome zelf, uit de Schrift zijn af te leiden. Terwijl alleen de specifiek Roomsche leerstukken uit de traditie of overleving zijn afgeleid.

Tusschen de H. Schrift en de leerstukken zelf bestaat dit verband, dat de H. Schrift de bron is van onze kennis der heilswaarden. Zij is de goudmijn, waaruit we opdelven de dierbare geloofswaarheden.

HOOFDSTUK III.

VAN GOD.

God moet gekend worden in Zijn wezen; in Zijn namen; in Zijn eigenschappen ; in Zijn personen en in Zijn werken.

Het Wezen Gods.

God is een Geest van oneindige volmaaktheid. Deze omschijving is echter lang niet volkomen, maar wij kunnen van dat heerlijke Wezen, 't welk wij God noemen, slechts op eindige en onvolmaakte wijze spreken. Ben juiste, volkomene om-

Sluiten