Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn Hem bekend, Ps. 139 : 2. Wij kennen de dingen nadat ze er zijn, maar God kent alles vóór het er is.

De wijsheid Gods is die deugd, waardoor Hij in den weg van de beste middelen (en dat heeft Hij alleen te bepalen, wat het beste is) de heerlijkste en hoogste einden bereikt. Door 't besef dat God deze deugd bezit, worden we in alle raadselen van schepping en leven voor wanhoop bewaard.

b. Wil. Is de vrije zelfbepaling in God, maar dit in volkomene harmonie met al Zijn deugden, zoodat die wil volstrekt geen willekeur is. Zijn willen is altijd wijs, goed, in overeenstemming met het recht enzoovoort.

Wij onderscheiden dien wil in een : a. wil des besluits of verborgen wil; en b. een wil des bevels of geopenbaarden wil. De verborgen wil is zijn eeuwig voornemen en besluit, waarnaar Hij in den tijd alles werkt, zie Efeze 1 : llö; terwijl de geopenbaarde wil is hetgeen God ons gebiedt en van ons eischt in zijn Woord. Dit zijn echter in God geen twee willen. Nog minder vormen zij een tegenstelling. Dit wil echter niet zeggen, dat de geopenbaarde wil altijd gelijk is aan den verborgen wil. Daar is in God maar één wil. Zijn wil is feitelijk alleen die des besluits; maar daar mogen wij niet in trachten door te dringen zie Deut. 29 : 29. De dusgenaamde geopenbaarde wil is die, waarnaar wij ons hebben te gedragen. Deze wil is dus in God niet altijd de eigenlijke wil, of zijn besluit, maar wordt wil genoemd voor ons bewustzijn, en zegt, niet wat God, maar wat wij hebben te doen.

Een tegenstelling echter vormt dit niet, daar van achter het zal blijken, dat die geopenbaarde wil juist de weg is geweest, waarin de verborgen wil is volbracht geworden.

Tot Gods wil behooren vele eigenschappen, inzonderheid zijn goedheid, heiligheid en rechtvaardigheid.

Die goedheid Gods is 't inbegrip van al die deugden Gods, gelijk Hij er de zalige in is, en openbaart zich als:

liefde: d. i. goedheid, waarbij niet alleen algemeene weldaden worden geschonken, maar waarbij God ook zichzelf ons schonk, bovenal in de gave zijns Zoons 1 Joh. 4:9;

genade: d. i. goedheid welke bewezen wordt tegen onze verdienste in ; aan schuldigen dus.

barmhartigheid: d. i. goedheid bepaaldelijk jegens ellendigen geopenbaard; ..

lankmoedigheid: d. i. sparende goedheid, waarbij God het oordeel en de straf uitstelt;

goedertierenheid: is de byzondere gunst tot zijn volk. De Heiligheid doet ons God kennen als zonder zonde, een

Sluiten